Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA. De aanvraag werd op 27 augustus 2025 ontvangen, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het UWV op 23 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld en dat de wettelijke termijn sindsdien is verstreken. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard. Het UWV heeft als reden voor de overschrijding het tekort aan verzekeringsartsen en de grote hoeveelheid verzoeken aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het besluit alsnog te nemen, rekening houdend met de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.