In deze bestuursrechtelijke zaak heeft MWS Bewindvoeringen B.V., als bewindvoerder over de goederen van betrokkene, beroep ingesteld tegen het UWV vanwege het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 26 mei 2025 in gebreke heeft gesteld. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen een redelijke termijn alsnog moet beslissen.
De rechtbank weegt het belang van zorgvuldige besluitvorming tegen het belang van tijdige besluitvorming en stelt een termijn van vier maanden na verzending van de uitspraak vast. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. Een verzoek om wettelijke rente over de dwangsom wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 maart 2026.