Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 8 december 2023 tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 11 maart 2024 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV erkent de overschrijding en wijt dit aan een toename van aanvragen en een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank oordeelt dat het belang van een zorgvuldige besluitvorming en de reële mogelijkheden van het UWV in acht moeten worden genomen en stelt daarom een termijn van vier maanden voor het alsnog nemen van een besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 maart 2026.