Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 8 december 2023 tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 5 maart 2024 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 6 maart 2024 zijn twee weken verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Het UWV heeft als reden voor de overschrijding het tekort aan verzekeringsartsen aangevoerd en verzocht om een termijn van vier maanden om alsnog te beslissen. De rechtbank acht deze termijn redelijk gelet op het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van een tijdige beslissing.
De rechtbank legt het UWV op binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag vast, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 maart 2026.