Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
.Verweerder had dus in ieder geval uiterlijk op 28 oktober 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiser heeft verweerder op 30 december 2025 in gebreke gesteld en verweerder heeft de ingebrekestelling op dezelfde datum ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk 22 december 2026 alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser.