Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van 12 september 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 4 april 2025.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om tijdig duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Omdat het UWV al een dwangsombeslissing heeft genomen, stelt de rechtbank de dwangsom niet zelf vast.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 januari 2026.