ECLI:NL:RBZWB:2026:1586
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunningen voor vellen houtopstanden wegens gebreken en spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2026 uitspraak gedaan over de verzoeken om voorlopige voorziening tegen twee omgevingsvergunningen voor het vellen van tien en drie houtopstanden. Verzoeker en omwonenden hadden bezwaar gemaakt tegen deze besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat de vergunninghouder vóór het broedseizoen wilde starten met het vellen, wat onomkeerbare gevolgen kan hebben. Verzoeker werd als belanghebbende aangemerkt vanwege zijn nabijheid tot het perceel.
De bestreden besluiten vertoonden diverse gebreken, zoals onduidelijkheid over de grondslag per boom, onvoldoende motivering en onduidelijkheid over participatie. Hoewel het college stelde dat er voldoende zicht was op de plannen en de herplantplicht gewaarborgd was, en dat er geen ecologisch rapport nodig was vanwege het broedseizoen en onderzoek naar dieren, vond de voorzieningenrechter de gebreken ernstig genoeg om de vergunningen te schorsen.
De voorlopige voorziening houdt in dat de vergunningen geschorst zijn tot uiterlijk twee weken na de beslissing op bezwaar, waardoor de vergunninghouder niet mag vellen in die periode. Tevens moet het college het griffierecht van verzoeker vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunningen voor het vellen van houtopstanden tot uiterlijk twee weken na de beslissing op bezwaar.