Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Procesverloop
Voorts is als deskundige gehoord de heer [persoon 1] , toezichthouder van betrokkene.
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
tweejaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 maart 2026 besloten de terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden van betrokkene te verlengen met twee jaar. De oorspronkelijke tbs was opgelegd wegens poging tot zware mishandeling en liep vanaf 29 februari 2024.
De vordering tot verlenging werd ingediend door het openbaar ministerie en behandeld op 24 februari 2026. Zowel de reclassering als de psychiater adviseerden de verlenging vanwege het aanhoudende recidiverisico en het ontbreken van significante vooruitgang in de behandeling. Betrokkene had ondanks intensieve interventies en een hoog beveiligingsniveau een incident veroorzaakt door een medewerker van de kliniek te mishandelen.
De verdediging stelde primair dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was vanwege de opschorting van de tbs-termijn door gevangenneming, en subsidiair dat de vordering afgewezen moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat de vordering tijdig was ingediend en ontvankelijk was. Gezien de adviezen en de situatie achtte de rechtbank verlenging met twee jaar noodzakelijk om de veiligheid van anderen te waarborgen en de behandeling voort te zetten. De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af en verlengde de tbs-maatregel.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met voorwaarden met twee jaar wegens aanhoudend hoog recidiverisico en onvoldoende behandeling.