Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2] B.V.,
3. [eiser 3] B.V.,
9. [eiser 9] B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bestuursrechtelijke zaak tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand hebben meerdere eisers beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente. Op 12 februari 2026 deed de rechtbank reeds uitspraak, maar daarin werd abusievelijk vermeld dat het beroep van eiser 7 ongegrond was.
De rechtbank heeft deze fout hersteld door te bepalen dat het beroep van eiser 7 niet-ontvankelijk is verklaard, terwijl de beroepen van de overige eisers ongegrond zijn. Dit betekent dat het beroep van eiser 7 niet inhoudelijk is behandeld vanwege een procedurele reden, terwijl de andere beroepen inhoudelijk zijn afgewezen.
De rechtbank heeft voorts beslist dat eisers het betaalde griffierecht niet terugkrijgen en ook geen vergoeding van proceskosten ontvangen. De rest van de eerdere uitspraak blijft ongewijzigd. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier T.A.A. van Hooijdonk op 10 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser 7 is niet-ontvankelijk verklaard en de overige beroepen zijn ongegrond verklaard, met afwijzing van griffierecht en proceskostenvergoeding.