ECLI:NL:RBZWB:2026:1571

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
26/1024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kinderopvang op sociaal medische indicatie

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de afwijzing van haar aanvraag voor kinderopvang op sociaal medische indicatie. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb besloten de zaak zonder zitting te behandelen.

De beoordeling richtte zich op het spoedeisend belang, zoals vereist op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Verzoekster stelde dat zij weer bij haar partner wil gaan wonen en daarom belang heeft bij een voorlopige voorziening. De griffier heeft haar verzocht dit spoedeisend belang nader toe te lichten, mede omdat zij al sinds september 2024 gescheiden leeft van haar partner en kinderen.

Verzoekster heeft niet gereageerd op dit verzoek om nadere toelichting. Hierdoor was onvoldoende gebleken dat er sprake was van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1024

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster inzake de afwijzing van haar aanvraag om kinderopvang op sociaal medische indicatie.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
5. In haar verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat zij graag weer bij haar partner wil gaan wonen en dat zij daarom belang heeft bij een oordeel van de voorzieningenrechter. De griffier heeft per brief van 20 februari 2026 aan verzoekster gevraagd om het spoedeisend belang binnen zeven dagen nader toe te lichten, mede gelet op het feit dat zij om haar moverende redenen al vanaf 24 september 2024 gescheiden leeft van haar partner en kinderen. In die brief is tevens meegedeeld dat bij het uitblijven van een tijdige en volledige reactie verzoekster het risico loopt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster geen reactie heeft gegeven op de brief van 20 februari 2026. Omdat verzoekster geen nadere toelichting heeft gegeven, is
onvoldoende gebleken dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 6 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.