ECLI:NL:RBZWB:2026:1571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kinderopvang op sociaal medische indicatie
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de afwijzing van haar aanvraag voor kinderopvang op sociaal medische indicatie. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb besloten de zaak zonder zitting te behandelen.
De beoordeling richtte zich op het spoedeisend belang, zoals vereist op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Verzoekster stelde dat zij weer bij haar partner wil gaan wonen en daarom belang heeft bij een voorlopige voorziening. De griffier heeft haar verzocht dit spoedeisend belang nader toe te lichten, mede omdat zij al sinds september 2024 gescheiden leeft van haar partner en kinderen.
Verzoekster heeft niet gereageerd op dit verzoek om nadere toelichting. Hierdoor was onvoldoende gebleken dat er sprake was van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.