Uitspraak
nRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
- over een bedrag van € 82,43 vanaf 26 juni 2025;
- over een bedrag van € 82,43 vanaf 27 juni 2025;
- over een bedrag van € 82,43 vanaf 9 juli 2025,
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde
feit 7;
primair: poging tot zware mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar
primair: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake
een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
voorwaardelijke deelvan de straf
niet ten uitvoerwordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
gedurende zes maanden of zoveel korterals de reclassering dat nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling en de behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, seksueel grensoverschrijdend gedrag, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen van de zorgverlener en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;