Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019. De rechtbank beoordeelt dat de beroepen te laat zijn ingediend, aangezien de beroepschriften pas na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken zijn ontvangen.
De rechtbank onderzoekt of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, maar concludeert dat de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden zoals taalbarrière, afhankelijkheid van juridische hulp, het ontbreken van een printer en twijfels over het indienen van beroep onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De rechtbank wijst erop dat de beroepstermijn duidelijk in de uitspraken op bezwaar is vermeld en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet tijdig hulp kon zoeken.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd om te oordelen over het beroep voor zover dit ziet op het hervatten van invorderingsmaatregelen. Ook de verzoeken om ambtshalve vermindering zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en bevestigt dat de bestreden besluiten in stand blijven.