Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- meermaals met een hamer in het gezicht en/of op de schenen en/of benen van die [benadeelde] heeft geslagen en
- eenmaal met een vuist op het oog en/of in het gezicht, van die [benadeelde] heeft geslagen;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 63 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 100 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
50 dagen;
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon
genaamd [benadeelde]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
met dat opzet die [benadeelde]
- meermaals, althans eenmaal, met een hamer in het gezicht, op de schenen en/of
benen, althans op het lichaam van die [benadeelde] heeft geslagen en/of
- meermaals, althans eenmaal, met een vuist op het oog en/of in het gezicht,
althans op het lichaam van die [benadeelde] heeft geslagen;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
kunnen leiden:
een persoon genaamd [benadeelde]
heeft mishandeld
door die [benadeelde]
- meermaals, althans eenmaal, met een hamer in het gezicht, op de schenen en/of
benen, althans op het lichaam van die [benadeelde] te slaan en/of
- meermaals, althans eenmaal, met een vuist op het oog en/of in het gezicht,
althans het lichaam van die [benadeelde] te slaan;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )