Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland op zijn handhavingsverzoek van 11 juli 2024 inzake geluidsoverlast van een airco unit. De rechtbank stelt vast dat het beroep rechtsgeldig is ingesteld en dat de beslistermijn was verstreken voordat het beroep werd ingediend.
Na het instellen van het beroep heeft het college op 10 oktober 2025 alsnog een besluit genomen. Hierdoor is niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en is het niet eens met het besluit van het college. De rechtbank verwijst het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit naar het college ter behandeling als bezwaar. De rechtbank stelt de bestuurlijke dwangsom niet vast omdat het college al een dwangsombeslissing heeft genomen op 11 februari 2026.
Omdat het beroep niet ten onrechte is ingesteld, moet het college het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Breeman op 5 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.