Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 januari 2026;
- de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper, van 29 januari 2026.
- [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat,
- de oma,
- een vertegenwoordigster namens het college.
De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
pro formadatum schriftelijk informeert over de stand van zaken op dat moment en haar standpunt kenbaar maakt over het aangehouden verzoek. Na afloop van die
pro formadatum zal de zaak op een nader te bepalen zitting worden gepland, waarvoor het college, de oma en [minderjarige] en zijn advocaat zullen worden opgeroepen, tenzij een schriftelijke afdoening van de zaak door alle betrokkenen gewenst is.
6.De beslissing
dinsdag 7 april 2026pro forma, in afwachting van het schriftelijk verslag en het standpunt van het college, zoals hiervoor opgenomen in overweging 5.5.;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.