ECLI:NL:RBZWB:2026:1536

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444406 / JE RK 26-147
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 lid 2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten plaatsing minderjarige voor jeugdhulp verlengd met monitoring

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders om een machtiging te verlenen voor de gesloten plaatsing van een minderjarige in een jeugdhulpinstelling voor de duur van zes maanden. De minderjarige verblijft sinds augustus 2025 op een gesloten behandelgroep en heeft sindsdien positieve ontwikkelingen doorgemaakt, zoals het behalen van een diploma, het volgen van een stage en deelname aan een PMT-traject.

Ondanks deze vooruitgang blijven er zorgen over zijn gedrag en de relatie met zijn voogd, de oma. De hulpverlening is gestart om deze problemen aan te pakken en de minderjarige werkt hieraan mee. De kinderrechter stelt vast dat gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren.

De gedragsdeskundige adviseert een verlenging van zes maanden, maar met een aanhouding van drie maanden om de motivatie van de minderjarige te bevorderen. De kinderrechter besluit de machtiging te verlenen voor drie maanden en houdt het resterende deel aan, met de verplichting tot voortzetting van behandeling en monitoring. Een vervolgzitting wordt gepland na ontvangst van een schriftelijk verslag en standpunt van het college.

Uitkomst: Machtiging voor gesloten plaatsing van de minderjarige wordt verlengd voor drie maanden met monitoring en aanhouding van het resterende verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444406 / JE RK 26-147
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HILVARENBEEK,
namens deze ingediend door
het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
zetelende te Tilburg, hierna te noemen het college,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. L.C.W. Wingens te Tilburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige], voornoemd,
[de oma] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de oma.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 januari 2026;
  • de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper, van 29 januari 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat,
  • de oma,
  • een vertegenwoordigster namens het college.
1.3.
Aan mevr. [persoon 1] van het wijkteam [woonplaats] , mevr. [persoon 2] van [hulpverlening 1] en mevr. [persoon 3] , de ambulant hulpverlener van [minderjarige] vanuit [hulpverlening 2] , is bijzondere toegang verleend om de zitting bij te wonen.
2.
De feiten
2.1.
Bij beschikking van 23 juli 2020 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de oma moederszijde.
2.2.
[minderjarige] verblijft op een behandelgroep van [hulpverlening 2] in [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De voogd (oma moederszijde) stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.

4.De standpunten

Het college
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert het college, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] is eind augustus 2025 geplaatst op de [accommodatie] [groep] . Toen [minderjarige] op de groep binnenkwam, was hij geschrokken en boos over de plaatsing. Hij vertrouwde de groepsleiding niet en vond het lastig om over zijn emoties te praten. Ondanks deze weerstand is er geleidelijk een positiever contact ontstaan en zijn er veel positieve ontwikkelingen sinds de vorige beschikking. [minderjarige] volgt onderwijs bij [school] binnen de keukenklas en heeft een stage als kok bij [winkel] . Sinds november volgt hij ook PMT voor zijn emotieregulatie, waar hij goed aan meewerkt. Hij is nog niet weggelopen en er hebben geen incidenten meer plaatsgevonden. Het contact tussen [minderjarige] en zijn oma blijft een aandachtspunt. Beiden ervaren spanning en vinden het moeilijk om elkaar op een veilige en ontspannen manier te benaderen, maar ze hebben de wens het contact te verbeteren. Sinds september 2025 is er ambulante ondersteuning gestart met als doelen om oma inzicht te geven in haar eigen patronen en handelen, de interactie tussen oma en [minderjarige] te verbeteren en oma te ondersteunen. Op de groep wil [minderjarige] het graag goed doen, maar er ontstaat nog regelmatig onbegrip tussen hem en de andere groepsgenoten. Hij bemoeit zich snel met anderen, maar is wel beter stuurbaar dan voorheen. Wanneer hij zich veilig, open en gezien voelt, kan hij positieve stappen zetten. Hij blijft wel ondersteuning nodig hebben bij het begrijpen en reguleren van zijn eigen gedrag, het interpreteren van sociale situaties en het omgaan met spanningen.
4.2.
Ondanks de positieve ontwikkelingen blijven er aanzienlijke zorgen over een mogelijke overstap van [minderjarige] naar een open groep. Hoewel een overgang naar een minder beveiligde setting op termijn wenselijk en noodzakelijk is, kan dit pas plaatsvinden wanneer [minderjarige] daar aantoonbaar aan toe is. Daarnaast moet worden bekeken wat een passende vervolgplek is en wat daarvoor nodig is. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] de komende periode binnen de veilige setting van [accommodatie] blijft. De komende periode zal gewerkt worden aan het gecontroleerd uitbreiden van zijn vrijheden, zoals telefoongebruik en tijd buiten de groep, onder goede monitoring en evaluatie. Zijn behandeling blijft dan doorgaan. Ook blijft het herstellen en verstevigen van de relatie met zijn oma een aandachtspunt. Daarnaast kan in samenwerking met verwijzers het perspectief en een uitstroomscenario besproken worden. Gelet op het voorgaande verzoekt het college een machtiging voor de duur van zes maanden.
[minderjarige]
4.3.
heeft, samengevat, naar voren gebracht dat het goed met hem gaat. Hij zit nu in fase 3 van zelfstandigheid; hij mag zelf opstaan en naar stage gaan. Hij geeft aan dat hij veranderd is, hij is volwassener geworden en maakt betere keuzes. [minderjarige] vindt een verlenging van zes maanden echt te lang, en hoopt dat de kinderrechter het hem gunt om het verzoek te verkorten naar drie maanden.
4.4.
De advocaat van [minderjarige] heeft, samengevat, aangegeven dat [minderjarige] de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Hij ontwikkelt zich goed: [minderjarige] heeft zijn diploma behaald, zijn stage verloopt goed en het PMT-traject is in gang gezet. Toch is [minderjarige] er nog niet helemaal, waardoor een overstap naar een open groep op dit moment te vroeg zou zijn. De advocaat sluit zich aan bij de gedragswetenschapper en benadrukt dat het belangrijk is dat er een duidelijk perspectief voor [minderjarige] is. Het toewijzen van een machtiging voor drie maanden kan helpend zijn voor zijn motivatie. Daarnaast zou een voorwaardelijke machtiging eventueel ook een goede stok achter de deur kunnen zijn. De advocaat hoopt dat er de komende periode goed gezocht wordt naar een passende plek voor [minderjarige] . Gelet op het voorgaande verzoekt de advocaat om de machtiging te beperken tot een periode van drie maanden en het overige deel aan te houden.
De oma
4.5.
De oma heeft, samengevat, aangegeven dat zij bij haar schriftelijke instemming blijft. [minderjarige] verblijft nu enkele maanden op de [groep] . Het heeft even geduurd voordat hij gewend was aan de situatie en openstond voor begeleiding. Inmiddels staat hij positief tegenover de groepsleiding en de behandeling. Het is belangrijk dat hij doorgaat met PMT en de therapie voor zijn trauma’s. [minderjarige] heeft nog een lange weg te gaan en veel te leren, maar de oma is erg trots op zijn ontwikkeling. Ook hun onderlinge relatie is verbeterd. Zij hoopt dat hij zijn trauma’s kan verwerken en aan zijn doelen kan werken. De oma is ervan overtuigd dat een terugplaatsing in een vrijere, open setting nu niet geschikt is; hij zou dan snel terugvallen in oud gedrag. [minderjarige] heeft nabijheid, veiligheid, vaste structuur en behandeling nodig om te kunnen groeien.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan de kinderrechter slechts een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven indien naar het oordeel van de kinderrechter:
a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;, en
b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken;.
c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
Inhoudelijke beoordeling
5.2.
Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt het volgende. [minderjarige] had in het begin moeite met zijn plaatsing op de gesloten groep, maar heeft de afgelopen periode veel positieve stappen gezet. Hij heeft zijn diploma behaald, loopt stage en volgt sinds november PMT om beter met zijn emoties om te gaan. Hij werkt goed mee aan zijn behandeling en is opener geworden. [minderjarige] zegt zelf dat hij volwassener is geworden en betere keuzes wil maken. Deze vooruitgang is erg positief en de kinderrechter complimenteert hem daarvoor.
5.3.
Tegelijkertijd blijven er zorgen bestaan. [minderjarige] heeft nog ondersteuning nodig bij het begrijpen en reguleren van zijn gedrag, het interpreteren van sociale situaties en het omgaan met spanningen. De hulpverlening is gestart en [minderjarige] werkt hieraan mee en is gemotiveerd, maar [minderjarige] dient zijn vaardigheden en kwaliteiten nog verder te versterken. De komende periode zal ook worden gewerkt aan het uitbreiden van zijn vrijheden en het herstellen en versterken van de relatie met zijn oma. Er moet een duidelijk plan komen voor zijn toekomstperspectief, waarbij goed wordt gekeken naar een passende plek voor hem. Een overstap naar een open groep is op dit moment nog te vroeg.
5.4.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.5.
Om [minderjarige] gemotiveerd te houden, heeft de gedragsdeskundige ingestemd met een verlenging van zes maanden, maar geadviseerd om daarvan drie maanden aan te houden. Gelet op de positieve ontwikkeling van [minderjarige] en om hem gemotiveerd te houden om die ontwikkeling voort te zetten, zal de kinderrechter het college machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
5.6.
De kinderrechter benadrukt dat [minderjarige] de komende tijd niet achterover mag leunen. Hij moet actief blijven meewerken en zich blijven inzetten, zodat een overstap naar een open groep over drie maanden haalbaar wordt. Er zijn nog zorgen, dus het is belangrijk dat [minderjarige] zijn positieve lijn voortzet en volhoudt.
5.7.
Van het college wordt verwacht dat zij de rechtbank uiterlijk op na te noemen
pro formadatum schriftelijk informeert over de stand van zaken op dat moment en haar standpunt kenbaar maakt over het aangehouden verzoek. Na afloop van die
pro formadatum zal de zaak op een nader te bepalen zitting worden gepland, waarvoor het college, de oma en [minderjarige] en zijn advocaat zullen worden opgeroepen, tenzij een schriftelijke afdoening van de zaak door alle betrokkenen gewenst is.
5.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 februari 2026 tot 7 mei 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot
dinsdag 7 april 2026pro forma, in afwachting van het schriftelijk verslag en het standpunt van het college, zoals hiervoor opgenomen in overweging 5.5.;
6.3.
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 20 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.