ECLI:NL:RBZWB:2026:1531

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444310 / FA RK 26-380
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij katatoon en psychotisch beeld

Betrokkene verblijft sinds eind december 2025 onder een crisismaatregel in een psychiatrische accommodatie. De officier van justitie verzoekt om een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege een ernstig psychotisch en katatoon toestandsbeeld, waarbij betrokkene medicatie onder dwang moet innemen.

Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene agressief gedrag vertoont, verward is en niet in staat is tot vrijwillige zorg. De psychiater licht toe dat betrokkene een katatoon beeld vertoont, wat levensbedreigend kan zijn, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voorhanden. Daarom wordt de zorgmachtiging verleend met onder meer verplichte medicatie, insluiting en het aanbrengen van beperkingen zoals gedwongen douchen.

De machtiging geldt tot 6 augustus 2026 en maakt het mogelijk om de noodzakelijke zorgvormen toe te passen om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de veiligheid te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen waaronder medicatie, insluiting en gedwongen douchen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444310 / FA RK 26-380
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Oekraïne),
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvend in [plaats 2] , [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026 in [plaats 2] . Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk;
- [persoon] , psychiater in opleiding verbonden aan [accommodatie] ;
- de moeder van betrokkene (via de telefoon).

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 29 december 2025 afgegeven. De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend op 2 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene was ter zitting aanwezig maar heeft, ook op vragen van de rechtbank, niets naar voren gebracht.
4.2.
De psychiater heeft toegelicht dat betrokkene de komende tijd nog verplichte zorg nodig heeft. Na de (crisis)opname van betrokkene op 29 december 2025 is hij met medicatie gestart. Dat gaf een goed effect en zijn situatie verbeterde. De laatste week is echter een terugval in het psychotisch toestandsbeeld te zien, terwijl de dosering van de antipsychotica juist is verhoogd. Dat valt niet met elkaar te rijmen en kan op dit moment enkel verklaard worden door het feit dat betrokkene de medicatie niet goed inneemt. Dat betekent dat betrokkene de medicatie onder dwang zal moeten innemen. Verder licht de psychiater toe dat betrokkene tijdens een psychose agressief kan zijn, probeert te vluchten en een katatoon beeld laat zien, waarbij het niet goed mogelijk is om met hem te communiceren en hij erg negatief en weigerachtig is.
4.2
De moeder van betrokkene is het eens met het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. Haar zoon heeft behandeling nodig.
4.3.
De advocaat van betrokkene brengt naar voren dat hij in de huidige situatie niet duidelijk kan vaststellen dat sprake is van verzet. Hij plaatst ook kanttekeningen bij de diagnose ‘schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen’, zoals in de medische verklaring is vermeld. In diezelfde medische verklaring wordt immers ook gesproken over posttraumatisch stresssyndroom. Wel is voor de advocaat duidelijk dat sprake is van een psychiatrisch ziektebeeld en van een situatie van ernstig nadeel. Over de verzochte vormen van verplichte zorg merkt de advocaat van betrokkene het volgende op. Betrokkene verkeert niet in een zodanige crisissituatie van fors gewichtsverlies of uitdrogingsverschijnselen, dat het verplicht toedienen van vocht of voeding aan de orde is. Dat insluiten in verband met vervuiling door betrokkene en het niet (willen) douchen nog aan de orde is, blijkt niet uit het dossier. Het verplicht douchen valt onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Het staat niet ter discussie dat betrokkene op dit moment psychotisch is. Dat eventueel ook sprake is van angsten en trauma’s en mogelijk posttraumatisch stresssyndroom, is voor de zorg die betrokkene nu nodig heeft niet van belang.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Betrokkene laat zowel voor als tijdens zijn opname verward gedrag zien. Betrokkene is agressief geweest naar willekeurige personen in de supermarkt en laat op de afdeling gedrag zien waardoor het risico bestaat dat hij agressie van anderen over zich afroept. In het begin van de opname liet betrokkene zijn ontlasting lopen en weigerde hij te douchen. Hij maakt regelmatig een apathische en oninvoelbare indruk en het is onduidelijk wat er in zijn gedachten omgaat. Betrokkene heeft duidelijke aansturing nodig bij de dagelijkse handelingen en activiteiten. Bovendien is er op dit moment sprake van een katatoon toestandsbeeld, hetgeen levensbedreigend kan zijn.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht of -besef. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
  • het toedienen van vocht en voeding;
  • het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
De rechtbank acht de zorgvorm ‘toedienen van vocht en voeding’ noodzakelijk gelet op de door de psychiater tijdens de zitting gegeven toelichting waaruit blijkt dat betrokkene een mogelijk levensbedreigend beeld van katatonie laat zien, waarbij betrokkene nauwelijks eet en drinkt.
5.7.2.
Zoals tijdens de zitting is besproken valt onder de zorgvorm
‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ dat betrokkene gedwongen mag worden zich te doen douchen én dat hij na ontslag contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.7.3.
Anders dan de advocaat bepleit zal de rechtbank ook de zorgvorm ‘insluiten’ toestaan, zodat op het moment dat betrokkene zichzelf niet wil douchen en het uitoefenen van drang geen effect heeft, er voor kan worden gekozen om betrokkene in te sluiten op de IC-afdeling, dan wel op zijn eigen kamer. Weliswaar heeft insluiting van betrokkene de afgelopen weken niet hoeven plaats te vinden. Het eerder door betrokkene getoonde gedrag vormt echter voldoende aanleiding om deze zorgvorm voor de toekomst toe te staan. De rechtbank gaat ervan uit dat de zorgverantwoordelijke per moment kiest voor de minst ingrijpende maatregel wanneer betrokkene zich niet wil douchen. Insluiting kan ook aangewezen zijn als betrokkene zich in een psychose agressief gedraagt.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Oekraïne), wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 augustus 2026;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr De Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 20 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.