ECLI:NL:RBZWB:2026:1519

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444275 / FA RK 26-363
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en sundowning

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1937, vanwege toenemende onrust en sundowning door dementie. De zitting vond plaats in aanwezigheid van betrokkene, zijn echtgenote, dochter en casemanager dementie.

De casemanager en familieleden gaven aan dat betrokkene vooral in de avond- en nachtelijke uren onrustig is, ondanks inzet van medicatie, wijkverpleging en dagbesteding. De zorg wordt door echtgenote en dochter als zwaar ervaren en onhoudbaar. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan dementie met ernstige gedragsproblemen die leiden tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 5 augustus 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden wegens ernstige onrust en onhoudbare thuissituatie door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444275 / FA RK 26-363
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026, in de woning van betrokkene en zijn echtgenote. Bij die zitting zijn verschenen en heeft de rechtbank gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. De Pont;
  • mevrouw [de echtgenote] , de echtgenote van betrokkene;
  • mevrouw [de dochter] , de dochter van betrokkene;
  • mevrouw [casemanager dementie] , casemanager dementie bij [zorgorganisatie] .

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De casemanager heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene kampt in toenemende mate met “sundowning”, waarbij hij in de loop van de namiddag, in de avonden en in de nachten steeds onrustiger wordt. Er is geprobeerd om betrokkene te behandelen met rustgevende medicatie, maar dit heeft niet geleid tot een vermindering van de onrust die hij ervaart. Daarnaast is er wijkverpleging betrokken, maar zij komen langs in bloktijden en niet op vaste momenten, waardoor hun betrokkenheid juist leidt tot meer onrust bij betrokkene. Bovendien ervaart betrokkene voornamelijk in de avond- en nachtelijke uren onrust, dus op tijden dat de wijkverpleging niet kan langskomen. Dagbesteding is geprobeerd maar daar is betrokkene weggelopen. De echtgenote en de dochter doen erg hun best, maar zij kunnen de zorg voor betrokkene niet langer dragen. Voor de echtgenote is de huidige situatie erg stressvol en emotioneel. Betrokkene heeft al kennis gemaakt bij [zorginstelling 1] in [plaats] , maar daar is nog geen plek voor hem. Deze accommodatie heeft de voorkeur, omdat deze is gelegen in de buurt van de huidige woning van betrokkene en zijn echtgenote, zodat de echtgenote gemakkelijk bij hem op bezoek kan komen. Indien nodig kan betrokkene ter overbrugging tijdelijk bij [zorginstelling 2] worden geplaatst, maar daar is ook niet per direct een plek beschikbaar. De verwachting is dat betrokkene binnen vier weken wel in een van genoemde accommodaties terecht kan. Aangezien betrokkene zich verzet tegen een opname en verblijf in een accommodatie, is een rechterlijke machtiging thans noodzakelijk. Volgens de casemanager wordt het verzoek ondersteund door de huisarts van betrokkene.
3.2.
De echtgenote heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De echtgenote stelt dat het steeds minder goed gaat met betrokkene in huis. Met name in de avonden en in de nachten ervaart betrokkene veel onrust. De echtgenote kan betrokkene niet meer alleen laten, ook niet met de deur op slot, omdat zij niet weet wat hij dan zal gaan doen. Volgens de echtgenote herkent betrokkene haar niet meer als zijn echtgenote. De echtgenote zorgt samen met haar dochter voor betrokkene, maar de zorg wordt steeds zwaarder en het begint te veel te worden voor hen. Een aantal uur per week is er thuishulp betrokken en de casemanager is om de zes weken betrokken. Bij de dagbesteding is betrokkene weggelopen en hij is ook in de verkeerde bus gestapt.
3.3.
De dochter heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Het lukt weliswaar nog steeds betrokkene te verzorgen, maar het wordt met name in de avonden en in de nachten steeds lastiger om de zorg voor betrokkene te dragen. Doordat betrokkene last heeft van “sundowning” ervaart hij vanaf de namiddag steeds meer onrust. Sinds drie weken loopt betrokkene gedurende de hele nacht rond, waarbij hij aangeeft dat hij wil terugkeren naar zijn ouderlijk huis.
3.4.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat. Hij wordt goed verzorgd in huis. Desgevraagd heeft hij aangegeven dat hij wil blijven wonen waar hij nu woont.
3.5.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De advocaat constateert dat er in de thuissituatie al allerlei voorzieningen zijn ingezet. Naar de mening van de advocaat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een rechterlijke machtiging voor betrokkene. De advocaat heeft ook geen opmerkingen over het verzoek. Het verzoek ligt, naar de mening van de advocaat, dan ook voor toewijzing gereed.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie, waarschijnlijk type Alzheimer. Deze diagnose is reeds in 2014 gesteld door een klinisch geriater. Dat betrokkene lijdt aan dementie, is ook niet betwist.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige psychische schade van een ander;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Onder invloed van dementie kampt betrokkene met visuele hallucinaties en desoriëntatie. In verband hiermee is betrokkene volledig afhankelijk van anderen bij het verrichten van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Daarnaast is hij in toenemende mate onrustig en angstig. Uit onmacht kan hij soms ook agressief reageren. Met name in de avond- en nachtelijke uren ervaart betrokkene in toenemende mate onrust, hetgeen wordt omschreven als “sundowning”. Doordat betrokkene rondloopt en het risico bestaat dat hij buitenshuis de weg niet meer terug kan vinden, is zijn echtgenote genoodzaakt om de deur op slot te draaien. De echtgenote kan betrokkene ook niet meer alleen laten.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn ook geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg, begeleiding en nabijheid nodig. Ondanks dat er in de thuissituatie thuiszorg is ingezet en er is geprobeerd om betrokkene naar dagbesteding te laten gaan, is dit ontoereikend gebleken om de echtgenote en de dochter van betrokkene voldoende te ontlasten. Zij kunnen de zorg voor betrokkene dan ook niet veel langer meer dragen. Ook is het met rustgevende medicatie niet gelukt om betrokkene tot rust te laten komen.
4.6.
Betrokkene verzet zich tegen zijn opname en verblijf in de accommodatie. Doordat betrokkene niet beschikt over ziektebesef en -inzicht, is betrokkene van mening dat er niets met hem aan de hand is. Betrokkene wil bovendien thuis blijven wonen. Zo heeft hij tijdens de zitting desgevraagd aangegeven dat hij vindt dat het goed met hem gaat en dat hij graag thuis wil blijven wonen.
4.7.
De rechtbank zal de machtiging verlenen voor de (maximale) duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier, en op schrift gesteld op 19 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.