ECLI:NL:RBZWB:2026:1516

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443713
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BWArt. 1:265b lid 1 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige voor één jaar

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen voor de duur van één jaar. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en vertoont wisselend gedrag met problemen op school en emotionele regulatie. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar er zijn spanningen en onvoldoende veilige thuissituatie.

De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en de GI vertegenwoordiger tijdens een zitting met gesloten deuren. De moeder was correct opgeroepen maar niet aanwezig. De GI onderbouwt het verzoek met recente gedragsproblemen, een schorsing van school, en het feit dat de moeder haar behandeling niet heeft afgemaakt en vaak afwezig is vanwege familieomstandigheden.

De kinderrechter overweegt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. De situatie is langdurig instabiel en er is onvoldoende zicht op een veilige thuissituatie. De verlenging is noodzakelijk voor een veilige en goede ontwikkeling van de minderjarige.

De kinderrechter stelt doelen vast voor therapie, schoolgang en zelfstandigheid binnen het gezinshuis. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de minderjarige ontvangt een kindbrief met uitleg over de beslissing. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van één jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443713 / JE RK 26-19
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij is aanwezig en is gehoord:
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
Hoewel de moeder correct is opgeroepen, is zij niet bij de zitting verschenen. De kinderrechter besluit de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de moeder. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar. De tolk voor de moeder was wel aanwezig.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft hierover met de kinderrechter een gesprek gevoerd op 2 februari 2026. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in [gezinshuis] .
2.3.
Bij beschikking van 14 februari 2022 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Sindsdien is die maatregel steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 6 februari 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 14 februari 2025 tot 14 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 februari 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg dan wel een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (te weten een gezinshuis) met ingang van 14 februari 2025 tot 14 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.
3.2.
Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van een jaar.
3.3.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. de GI maakt zich zorgen over [minderjarige] . Het gaat erg wisselend en het gaat niet goed op school. [minderjarige] is recent geschorst geweest van school en na veel overleg mocht zij weer terug. [minderjarige] kan behoorlijk agressief en impulsief gedrag laten zien. Eerder is [minderjarige] behandeld bij [zorgorganisatie 1] , maar haar behandelaar is voor lange tijd verhuisd naar het buitenland. De GI heeft [minderjarige] aangemeld bij praktijk [zorgorganisatie 2] , waar zij op de wachtlijst staat. [minderjarige] kan daar worden geholpen bij een stukje traumaverwerking en emotieregulatie.
4.2.
[minderjarige] verblijft bij [gezinshuis] . Wanneer [minderjarige] naar huis toegaat ontstaan er nog steeds spanningen. De moeder heeft al een aantal keer naar het gezinshuis gebeld dat zij niet meer weet wat zij moet doen. Het is positief dat de moeder contact opneemt in die gevallen. De moeder kan moeilijk grenzen aangeven. [minderjarige] kan daar niet mee omgaan. De moeder is gestart met behandeling, voor traumaverwerking, maar de GI denkt dat zij deze niet heeft afgemaakt vanwege privéomstandigheden. De opa en tante (mz) zijn ziek. De moeder gaat daarom vaak naar Marokko toe om hen te bezoeken. [minderjarige] blijft dan alleen achter met haar broer en zus. Dat kan niet. De verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van een jaar is daarom noodzakelijk.

5.De beoordeling

Ondertoezichtstelling
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
Uithuisplaatsing
5.3.
Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
5.4.
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.5.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. De kinderrechter heeft met [minderjarige] gesproken. [minderjarige] ziet dat het beter gaat en hoopt dat zij niet voor een jaar uit huis geplaatst zal worden. Tijdens de zitting is met de GI gesproken. Het gaat wisselend met [minderjarige] . Er bestaan nog steeds grote zorgen over haar. [minderjarige] is recent geschorst geweest van school, heeft problemen met haar emotieregulatie, laat impulsief gedrag zien, kan wanneer zij overprikkeld is agressief reageren en kan niet goed met vrijheden omgaan. In het weekend gaat [minderjarige] naar de moeder wat vaak uitloopt in spanningen. De moeder belt dan het gezinshuis, waarna [minderjarige] wordt opgehaald om terug te gaan naar het gezinshuis. Er is geprobeerd het contact met de moeder uit te breiden, maar het is gebleken dat dit, met name voor de moeder, te lang is. De moeder is gestart met traumabehandeling, maar de GI twijfelt of zij dit heeft afgemaakt vanwege privéomstandigheden. De moeder gaat vaak naar Marokko. [minderjarige] is in die periodes aangewezen op haar broer en zus. Ook dit maakt dat zij niet langer thuis kan verblijven. Vanwege een wisseling van behandelaars is de hulpverlening van [minderjarige] bovendien nog niet goed van de grond gekomen. De GI heeft [minderjarige] daarom aangemeld bij [zorgorganisatie 2] voor traumaverwerking en emotieregulatie. Gelet op alle omstandigheden is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing.
5.6.
De GI is gelet op alle zorgen van mening dat het noodzakelijk is om de uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van één jaar. Op die manier kan [minderjarige] zich op een goede en veilige manier blijven ontwikkelen. Op dit moment kan [minderjarige] niet op een veilige manier thuis wonen. De kinderrechter is van oordeel dat een kortere duur van de uithuisplaatsing, zoals [minderjarige] dat zou willen, niet aan de orde kan zijn. Er is sprake van een langdurige instabiele situatie en er is nog onvoldoende zicht op een stabiele en veilige plek voor [minderjarige] bij de moeder.
5.7.
De kinderrechter neemt de doelen waaraan tijdens de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing moet worden gewerkt over zoals deze door de GI en het gezinshuis zijn gesteld, inhoudende als volgt:
  • Het aangaan van therapie bij [zorgorganisatie 2] ;
  • Het voortzetten van de schoolgang bij [school] ;
  • Binnen het gezinshuis bestaat de mogelijkheid om door te stromen in een setting waarin meer zelfstandigheid wordt gevraagd van [minderjarige] . Deze doorstroom kan pas plaatsvinden wanneer [minderjarige] de doelen van het gezinshuis heeft behaald:
- Dat het goed gaat op school met [minderjarige] ;
- Dat [minderjarige] de afspraken van het gezinshuis en haar moeder nakomt;
- Dat [minderjarige] eerlijk is, ook over de dingen die niet goed gaan;
- Dat [minderjarige] een, bij haar passend, bijbaantje heeft.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Kindbrief aan [minderjarige]
5.10.
De kinderrechter zal op verzoek van [minderjarige] een brief sturen met daarin uitleg over de beslissing die is genomen. In de brief aan [minderjarige] , die naar het adres van het gezinshuis in Breda zal worden gestuurd, zal het volgende worden aangegeven:
Beste [minderjarige] ,
Op 2 februari 2026 heb ik met jou gesproken. Wij hebben het toen gehad over het verzoek van de jeugdbescherming om jouw ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te verlengen. Jij hebt mij toen verteld hoe het met jou gaat en hoe het is bij het gezinshuis. In deze brief lees jij terug wat mijn beslissing is.
Op 5 februari 2026 heb ik met mevrouw [naam] van de jeugdbescherming gesproken. Jouw moeder was daar helaas niet bij. Mevrouw [naam] heeft mij uitgelegd hoe de situatie rondom jouw moeder en jou is. Het is belangrijk dat jij therapie bij [zorgorganisatie 2] zult gaan krijgen. Ook is het een belangrijk aandachtspunt dat jij naar school blijft gaan en dat het daar goed gaat.
Zoals jij mij ook vertelde tijdens het gesprek is er binnen het gezinshuis de mogelijkheid om door te stromen naar een setting “meidenhuis” waarbinnen je meer zelfstandigheid krijgt en ook leert om daar goed mee om te gaan. Dat zou mogelijk zijn zodra binnen het gezinshuis het navolgende is bereikt:
  • Het gaat goed op school en er is geen vrees meer voor schorsing;
  • Je komt afspraken met het gezinshuis na;
  • Je bent eerlijk, ook over dingen die niet goed gaan;
  • Je hebt een bij jou passend bijbaantje.
Omdat het bovenstaande nog wel wat tijd vergt heb ik besloten dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van één jaar verlengd worden.
Ik heb er vertrouwen in dat het met jou heel goed zal gaan. Dank voor het gesprek dat ik met je mocht hebben.
Met vriendelijke groet, ook namens de griffier,
[voornaam] van Leuven, kinderrechter.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 februari 2026 tot 14 februari 2027;
6.2.
verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening van 14 februari 2026 tot 14 februari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing mondeling is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.