Uitspraak
[minderjarige],
2.Het verzoek
3.De beoordeling
- De vrouw verblijft vanaf maart 2022 in Nederland.
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- [minderjarige] is op [geboortedag] 2023 te [plaats 1] geboren.
- [minderjarige] is niet erkend.
- De vrouw is belast met het gezag over [minderjarige] .
- De vrouw is begin juli 2024 met [minderjarige] vertrokken uit Nederland, waarna zij een periode in Oekraïne of Polen zou hebben verbleven. Inmiddels verblijft zij weer met [minderjarige] in Nederland.
- De man heeft de Slowaakse nationaliteit.
- De vrouw en [minderjarige] hebben de Oekraïense nationaliteit.
- Welke vorm van contact met de man past het beste bij de belangen van [minderjarige] ?
- Hoe moet die regeling eruit gaan zien (aard, duur en frequentie)?
- Welke omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] past het beste bij de belangen van [minderjarige] ?
- Hoe moet die regeling eruit gaan zien?
- Zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?
- In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vraag aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?
4.De beslissing
11 juni 2026 pro formain afwachting van de rapportage over het verloop van het (jeugd)hulptraject van het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-West;