ECLI:NL:RBZWB:2026:15
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure UWV
In deze zaak heeft opposante verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank van 4 november 2025, waarin het UWV werd opgedragen om binnen vier maanden een besluit te nemen op haar aanvraag van 10 maart 2025. De rechtbank had vastgesteld dat het UWV niet tijdig had beslist en had de termijn verlengd. Opposante was van mening dat deze verlenging onrechtvaardig was en dat de nieuwe beslistermijn van vier maanden in zou moeten gaan op de datum waarop het UWV had moeten beslissen, namelijk 6 mei 2025. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard, omdat de opgelegde termijn recht doet aan de reële mogelijkheden van het UWV om op de aanvraag te beslissen. De rechtbank oordeelde dat de situatie van het UWV, hoe ongewenst ook, een gegeven is waarmee rekening moet worden gehouden. De verzetrechter benadrukte dat de door opposante ingediende aanvraag door een verzekeringsarts behandeld moet worden, wat ook invloed heeft op de beslistermijn. De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding was om anders te oordelen dan in de eerdere uitspraak en dat het verzet ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.