ECLI:NL:RBZWB:2026:1491

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
7 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444591 / FA RK 26-544
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij psychotische stoornis met verplichte zorg

Betrokkene, geboren in 2005, verblijft sinds 31 januari 2026 onder een crisismaatregel in een GGZ-accommodatie vanwege een psychotische decompensatie. De burgemeester van Breda gaf de crisismaatregel af na ongecontroleerd gedrag en desoriëntatie, met risico op ernstig lichamelijk en psychisch nadeel.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van de crisismaatregel met verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht. Betrokkene gaf aan dat hij verbetering ziet, maar last heeft van medicatiebijwerkingen en zijn vrijheid wil terug om medisch onderzoek te ondergaan en een vriendin te zoeken.

De vader van betrokkene schetste de voorgeschiedenis van mentale crisis, medicatiegebruik, middelengebruik en het ontbreken van een behandelplan. De arts in opleiding tot specialist bevestigde het psychotische toestandsbeeld en de noodzaak van voortzetting van klinische opname en zorg.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit te voorkomen. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor drie weken, met de zorgvormen medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

De beschikking is op 4 februari 2026 mondeling gegeven en op 17 februari 2026 schriftelijk vastgesteld door rechter Snoeks.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444591 / FA RK 26-544
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende te [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- Maarten, arts in opleiding tot specialist;
- de vader van betrokkene.
1.3.
De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [accommodatie] . De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 31 januari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij denkt dat een aantal ingesleten gewoontes, een gebrek aan voldoende sociale contacten en het niet hebben van een vaste vriendin er de oorzaak van zijn geweest dat hij in een mentale crisis is geraakt. Inmiddels is hij aan de beterende hand. Vooral in de ochtenden lukt het hem goed om contacten met anderen te hebben en om activiteiten te ondernemen. Later op de dag wordt dit anders, hij merkt dat hij dan prikkelgevoeliger wordt. Ook heeft hij last van bijwerkingen van de hem voorgeschreven medicatie, daar wordt hij suf van. Verder wordt hij in de GGZ-instelling belemmerd bij het volgen van zijn dieet, dat is gericht op het vermijden van koolhydraatrijk voedsel. Als hij dit dieet niet volgt heeft dit als consequentie dat hij langzamer gaat denken. Hij vermoedt dat er bij hem sprake is van een verstoorde hormoonbalans. Hij zou dit graag medisch willen laten onderzoeken. Ook wil hij op zoek naar een vriendin. Zolang hij klinisch is opgenomen, is dit niet mogelijk.
4.2.
De vader van betrokkene geeft aan dat zijn zoon vanuit een situatie, waarin hij met andere jongeren op kamers woonde en een studie volgde, op enig moment een mentale crisis doormaakte, waarop hij vervolgens in een toestand van psychotische decompensatie is geraakt. Om zijn zoon bij te staan is hij met zijn echtgenote teruggekeerd vanuit Curaçao. Er is vervolgens, te weten in de loop van september 2025, contact gezocht met het VIP-team, bedoeld om tot behandeling te komen. Hoewel zijn zoon daarop medicatie kreeg voorgeschreven en er enkele intakegesprekken volgden kwam er geen behandelplan tot stand. Ook bij GGZ-zorg kwam hij op een wachtlijst terecht. Wel heeft hij vervolgens een G-training gevolgd, die hij positief heeft afgerond. Ook wist hij zijn studie weer op te pakken. Echter na een afbouw van de medicatie in overleg met het VIP-team is zijn zoon naar [plaats] gegaan, waar hij wiet heeft gebruikt. Daarover heeft hij later aangegeven dat hij last had van stress. Het middelengebruik heeft ervoor gezorgd dat de psychose opnieuw is aangewakkerd. Daarop hebben een oom en neef zich over hem ontfermd. Desondanks ging het met zijn zoon geleidelijk aan bergafwaarts, zodanig dat hij op 31 januari 2026 in een situatie is beland die tot de crisismaatregel heeft geleid. Dit heeft hem en zijn echtgenote doen besluiten om onverwijld terug te keren en hun zoon bij te staan. Hij ziet, zolang zijn zoon nog onvoldoende is gestabiliseerd en ook omdat er nog geen behandelplan ligt van het VIP-team, op dit moment geen andere optie dan dat de klinische GGZ-zorg in het kader van de crisismaatregel wordt voortgezet.
4.3.
De arts in opleiding tot specialist brengt naar voren dat betrokkene ten tijde van de crisisopname in een toestand van psychotische decompensatie verkeerde, waarbij sprake was van ongecontroleerd gedrag en desoriëntatie. Betrokkene bleek ook gedurende langere perioden en onvoldoende warm gekleed buiten rond te hebben gezworven. Gezien wordt tot dusver dat de klinische opname voor betrokkene helpend is, wat niet wegneemt dat er nog steeds van een psychotisch toestandsbeeld sprake is. Het is daarom van belang dat de klinische opname wordt voortgezet om met voortgezette zorg aan verdere stabilisatie te kunnen werken. Hij verwacht niet dat dit in een vrijwillig kader zal gaan lukken. Betrokkene is grotendeels in de samenwerking, maar er zijn ook momenten, waarop hij de hem voorgeschreven medicatie niet accepteert. Ook laat hij op andere wijze blijken, zoals door recent te proberen met een aansteker het brandalarm te activeren, dat hij liever niet langer klinisch opgenomen wil zijn. Met deze toelichting kan de arts in opleiding tot specialist achter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel staan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij na bestudering en toetsing van het verzoek aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten tot de conclusie is gekomen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting crisismaatregel wordt voldaan. Daar staat echter tegenover dat zijn cliënt duidelijk kenbaar maakt dat hij zijn vrijheid terug wil, in de eerste plaats om zich medisch te kunnen laten onderzoeken. Betrokkene heeft er tevens op gewezen dat hij wiet en alcohol is gaan gebruiken om in slaap te kunnen komen en dat hij met name daarvoor medicatie nodig heeft. Namens zijn cliënt verzoekt hij met deze toelichting het verzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
Ook is gebleken uit de overgelegde stukken en de zitting van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene op 31 januari 2026 in psychotische toestand crisis is opgenomen. Gezien werd dat sprake was van ongecontroleerd gedrag en desoriëntatie. Ook bleek betrokkene gedurende langere tijd onvoldoende warm gekleed buiten te hebben rond gezworven. Wegens het zich niet/onvoldoende bewust zijn van zijn omgeving werd een aanmerkelijk risico gezien voor betrokkene zelf en voor anderen, in het geval dat hij betrokken zou raken bij een ongeval, alsook voor onderkoeling. Uit de toelichting van de behandelaar blijkt dat met de tot dusver geboden zorg betrokkene voorzichtig stappen maakt, maar dat het psychotische toestandsbeeld nog niet is opgeklaard.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen nu voor het afgeven van een zorgmachtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.
5.6.
Betrokkene laat blijken dat, naast dat hij last heeft van bijwerkingen door de medicatie die hij krijgt toegediend, hij over de vrijheid wil kunnen beschikken om zich medisch te laten onderzoeken en verder te kunnen met zijn leven, wat ook inhoudt dat hij op zoek wil naar een vriendin. Gelet daarop dient de rechtbank het ervoor te houden dat sprake is van verzet bij betrokkene, bij gebrek aan voldoende intrinsieke motivatie om aan voortgezette klinische zorg, die ter verdere stabilisatie nog noodzakelijk wordt geacht, consequent mee te (blijven) werken, indien die zorg in een vrijwillig kader wordt geboden.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de duur van drie weken.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 februari 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.