Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat de eerdere uitspraak van 1 augustus 2025 verweerder verplichtte binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, die een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn hanteert. In dit geval is die termijn al verstreken, waardoor verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform de genoemde lijn. Eiseres krijgt ook vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 maart 2026.