Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
.Verweerder had dus in ieder geval uiterlijk op 8 april 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft verweerder op 14 juli 2025 in gebreke gesteld en verweerder heeft de ingebrekestelling op dezelfde datum ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk 2 juni 2026 alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.