ECLI:NL:RBZWB:2026:1462
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslagen afvalstoffen-, riool- en zuiveringsheffing 2019 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen afvalstoffenheffing, rioolheffing en zuiveringsheffing over het jaar 2019 voor een woonobject. De rechtbank beoordeelt het beroep op basis van de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 mei 2022.
De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift op 2 april 2025 is ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 5 juli 2022 eindigde. Belanghebbende voerde aan dat hij pas na een beschikking van de rechtbank in januari 2023 duidelijkheid kreeg over de woonsituatie van zijn zoon en daardoor pas toen met objectieve gegevens kon aantonen dat de aanslagen onjuist waren. Ook gaf hij aan dat hij vertrouwde op de overheid en het recht, en pas na het niet tegemoetkomen van de heffingsambtenaar juridische hulp inschakelde.
De rechtbank erkent de lastige omstandigheden, maar oordeelt dat een termijnoverschrijding van bijna drie jaar een aanzienlijke periode is en dat belanghebbende het op zijn weg had liggen om eerder, eventueel met hulp, het beroep kenbaar te maken. De overschrijding is niet verschoonbaar, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en het bestreden besluit blijft in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen afvalstoffenheffing, rioolheffing en zuiveringsheffing 2019 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.