ECLI:NL:RBZWB:2026:1461
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn bezwaar schuldenlijst
Verzoekster diende bezwaar in tegen het besluit van 16 juli 2024 waarin haar schuldenlijst te laat was ontvangen, waardoor haar schulden niet in behandeling konden worden genomen. Nadat de minister het bezwaar op 3 december 2024 deels had toegewezen, stelde verzoekster beroep in wegens het uitblijven van een volledige beslissing. De minister besloot uiteindelijk op 31 oktober 2025 volledig op het bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 3 december 2024 een onvolledige beslissing was en dat de minister op grond van artikel 7:11 Awb Pro gelijktijdig met het herroepen van het besluit een volledige beslissing had moeten nemen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De minister stelde dat de beslistermijn van één jaar niet was overschreden omdat het een aanvraagsituatie betrof, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was. De minister was aan verzoekster tegemoetgekomen door alsnog volledig te beslissen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde de minister tot betaling van €467 aan proceskosten en €53 aan griffierecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht wegens overschrijding van de beslistermijn op bezwaar.