ECLI:NL:RBZWB:2026:146
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-beschikking wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-beschikking 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 24 juli 2024, de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Het beroepschrift moest uiterlijk op 3 september 2024 bij de rechtbank zijn ontvangen. Het beroepschrift kwam echter pas op 12 september 2024 binnen, waarbij de poststempel op de envelop niet leesbaar was. Belanghebbende stelde dat het beroepschrift op 31 augustus 2024 ter post was gedaan, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. Daarom verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.