Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
voorwaardelijke gesloten plaatsing)
(gesloten plaatsing)
1.Het verdere verloop van de procedures
- de beschikking van deze rechtbank van 17 december 2025 met bijlagen;
- het e-mailbericht met bijlagen van het college van 27 januari 2026;
- de verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 28 januari 2026.
- [minderjarige] , die voorafgaand aan de mondelinge behandeling ook een apart gesprek met de kinderrechter heeft gevoerd, bijgestaan door haar advocaat;
- de opa mz;
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
[minderjarige] had een traumatherapeut in [plaats 2], maar helaas kan ze deze therapie niet vanuit [plaats 3] voortzetten. Er is wel digitaal contact geweest, maar dit leverde weinig op. Het zou goed zijn als [minderjarige] ook schematherapie en/of cognitieve gedragstherapie zou krijgen. Omdat de machtiging op het moment van het inzetten van therapie nog maar twee maanden duurde, is er nog geen therapie ingezet. [minderjarige] heeft daarnaast aangegeven dat ze naar kamertraining wil. Dit is uiteindelijk passend, maar hiervoor moet ze 16 jaar zijn en ze heeft bescherming en behandeling nodig voordat ze hier terecht kan. Hierbij is het niet mogelijk om vanuit geslotenheid naar deze kamertraining te gaan. Daarom wil ze eerst naar een open of hybride groep. Ze wil in de buurt van de moeder wonen en ze wil dat de open groep een school en een sportschool regelt. De open groepen geven echter aan dat [minderjarige] eerst haar vrijheden uit moet breiden en er moet gewerkt worden aan haar intrinsieke motivatie voor een open groep. Een tussenstap zou kunnen zijn de overstap naar de hybridegroep op [hulpverlening] in [plaats 3] . Hier kan [minderjarige] gaan oefenen, maar hier is wel een gesloten machtiging voor nodig. Helaas is er wel een wachttijd voor deze groep; waarschijnlijk tot de zomervakantie.
5.De verdere beoordeling
6.De beslissing
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.