Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
[grootouder 2],
1.Het (verdere) verloop van de procedure
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
8 december 2025 om een ‘brede’ machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg (netwerkpleeggezin) én in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (zaaknummer C/02/442783 / JE RK 25-2191), het eerdere verzoek van de GI van 10 oktober 2025 om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (zaaknummer C/02/440765 / JE RK 25-1835) als het ware is ingehaald. Het belang van de GI bij een beoordeling van dit verzoek is dan ook komen te vervallen. De kinderrechter zal voormeld verzoek van de GI van 10 oktober 2025 dan ook afwijzen.
voor zover deze aanmelding tot op heden niet heeft plaatsgevondenen zolang de machtiging tot uithuisplaatsing loopt.
6.De beslissing
24 mei 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek;
28 april 2026 PRO FORMA, in afwachting van het schriftelijke verslag van de GI zoals weergegeven in rechtsoverweging 5.14;
29 januari 2026 op schrift gesteld.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.