ECLI:NL:RBZWB:2026:1419

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11904649 CV EXPL 25-3256 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvVerordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis)Verordening (EU) nr. 864/2007 (Rome II-Verordening)Artikel 7.2 Reglement Lage-Emissiezone AntwerpenArtikel 2.1 en 2.2 Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling geldboete wegens overtreding lage-emissiezone Stad Antwerpen

Stad Antwerpen heeft een reglement vastgesteld ter vermindering van vervuilende uitstoot, waarbij lage-emissiezones zijn aangewezen. Op 3 januari 2024 reed gedaagde met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen binnen deze zone zonder de vereiste LEZ-dagpas. Stad Antwerpen legde daarop een administratieve boete op.

Gedaagde voerde verweer dat hij geen reactie had ontvangen op zijn bezwaar en dat hij door technische problemen geen dagpas kon aanschaffen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ongegrond was verklaard en dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd dat het onmogelijk was een dagpas te verkrijgen. De kantonrechter stelde vast dat er voldoende mogelijkheden waren, zowel digitaal als fysiek, om een dagpas te kopen.

De rechtbank wees de vordering van Stad Antwerpen toe tot betaling van de boete van €150,00, vermeerderd met administratie-, invorderings- en ingebrekestellingskosten, totaal €229,21. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten van €363,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de geldboete en bijkomende kosten wegens overtreding van de lage-emissiezone in Antwerpen.

Uitspraak

sRECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11904649 \ CV EXPL 25-3256
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
DE BUITENLANDSE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON
STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen,
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Ter vermindering van de uitstoot van kwalijke en vervuilende gassen heeft Stad Antwerpen een Reglement aangenomen, waarmee lage-emissiezones zijn aangewezen. Voertuigen die deze emissiezones binnenrijden moeten voldoen aan de emissienormen en voorschriften. Stad Antwerpen heeft [gedaagde] een geldboete opgelegd, omdat hij zich in een lage-emissiezone bevond met een auto die niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde] niet in bezit was van de vereiste LEZ-dagpas. [gedaagde] heeft uitgelegd waarom het hem niet is gelukt om een dagpas te kopen, maar er is niet gebleken dat het voor hem onmogelijk was om de dagpas aan te schaffen. [gedaagde] moet de boete betalen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 19 augustus 2026 met producties,
  • het extract audiëntieblad van de rolzitting van 8 oktober 2025 met de conclusie van antwoord met producties,
  • de conclusie van repliek met één productie,
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende
Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551). Hierin zijn bij Decreet van 3 mei 2019 diverse bepalingen gewijzigd (C/2019/41146) (hierna: Decreet).
2.2.
Op 26 februari 2016 heeft de Vlaamse Regering een Besluit betreffende
Lage-emissiezones aangenomen (C-2016/35312). In dit besluit zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van emissienormen van voertuigen.
2.3.
Op 17 december 2018 heeft de gemeenteraad van Stad Antwerpen een
Besluit betreffende Retributiereglement debiteurenbeheer – Inningskosten niet fiscale vorderingen aangenomen. In dit besluit zijn nadere bepalingen opgenomen voor de doorbelasting van kosten bij niet tijdige betaling van verschuldigde boetes (hierna: Retributiereglement).
2.4.
Stad Antwerpen heeft op grond van het Decreet het Gemeentelijk reglement
Lage-Emissiezone Antwerpen aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen. De laatste versie is op 1 juni 2021 in werking getreden (hierna: Reglement).
2.5.
[gedaagde] bevond zich op 3 januari 2024 in de lage-emissiezone (LEZ) met een auto die niet voldeed aan de emissienormen. Hij was niet in het bezit van een LEZ-dagpas.

3.Het geschil

3.1.
Stad Antwerpen vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 229,21, vermeerderd met proceskosten.
3.2.
Stad Antwerpen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft op 3 januari 2024 een lage-emissiezone betreden met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. [gedaagde] heeft hiermee in strijd met gehandeld met de geldende wetgeving en is daarom een administratieve geldboete verschuldigd, vermeerderd met kosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Stad Antwerpen, met veroordeling van Stad Antwerpen in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] erkent dat hij met zijn auto in een lage-emissiezone heeft gereden, maar hij is het niet eens met de opgelegde boete. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de boete, maar hij heeft hier geen reactie meer op ontvangen. Daarnaast heeft hij geprobeerd om een dagpas te kopen, maar dit lukte om verschillende redenen niet.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom moet eerst beoordeeld worden of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
4.2.
Stad Antwerpen baseert haar vordering op het Reglement. In de artikelen 2.1 en 2.2 van het Reglement staat beschreven welke motorvoertuigen zijn toegestaan tot de lage-emissiezone en in artikel 2.3 staat vermeld dat de overige motorvoertuigen die daar niet onder vallen niet zijn toegelaten en dat bij een (eerste) overtreding hiervan op grond van artikel 7.2 een administratieve geldboete wordt opgelegd van € 150,00. Het Reglement bindt daarmee iedere persoon die binnen het toepassingsgebied valt, waardoor een zogenaamde ‘reglementaire’ rechtsverhouding ontstaat. Dit is naar Belgisch recht een verbintenis die niet is aangegaan door middel van een rechtshandeling van de schuldenaar, maar die voortvloeit uit de wet. [1]
4.3.
De Brussel Ibis-Verordening is niet van toepassing, omdat er sprake is van een
administratiefrechtelijke zaak. [2] De geldboete is een eenzijdig door Stad Antwerpen opgelegde administratieve boete en kwalificeert daardoor niet als een burgerlijke zaak of handelszaak in de zin van de Verordening. Als er geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn, dan moet de kantonrechter de bevoegdheid toetsen aan de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [gedaagde] woont in Nederland en dan is de kantonrechter op grond van artikel 2 Rv Pro bevoegd.
4.4.
Op grond van de Rome II-Verordening is Belgisch recht van toepassing. [3] Deze verordening bepaalt welk recht van toepassing is op burgerlijke zaken die niet gaan over een verbintenis uit overeenkomst. Op grond van deze verordening moet aansluiting worden gezocht bij de plaats waar de door de eisende partij gestelde feiten, op grond waarvan zij de boete heeft opgelegd, zich hebben voorgedaan. De boete is gegeven in Antwerpen, waardoor de verbintenis is ontstaan en alleen kan ontstaan in België. Er is ook geen nauwer verband met een ander land, waardoor Belgisch recht op dit geschil van toepassing is.
Boete
4.5.
Vast staat dat [gedaagde] op 3 januari 2024 in een lage-emissiezone reed ter hoogte van de Desguinlei (Jan van Rijswijcklaan) in Antwerpen. Zijn auto voldeed niet aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Volgens Stad Antwerpen is [gedaagde] daarom op grond van artikel 7.2 van het Reglement een boete van € 150,00 verschuldigd.
4.6.
[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat hij geen reactie heeft ontvangen op zijn bezwaar tegen de boete, maar dit heeft Stad Antwerpen gemotiveerd weersproken. Stad Antwerpen heeft een afschrift van de “beslissing na verweer” overgelegd en daaruit volgt dat het bezwaar van [gedaagde] ongegrond is verklaard.
4.7.
Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij heeft geprobeerd om een dagpas te kopen, maar dat het LEZ-systeem plat lag waardoor dit niet lukte. Ter onderbouwing hiervan heeft hij een afschrift overgelegd waaruit dit blijkt. Uit dit afschrift volgt dat [gedaagde] via “green-zones.eu” geprobeerd heeft om een registratie en/of product te kopen, maar zoals ook blijkt uit de beslissing na verweer wordt deze website niet door Stad Antwerpen ondersteund. [gedaagde] heeft ook aangevoerd dat hij niet kon weten dat de dagpas ook op andere manieren aangekocht konden worden, omdat er op de website van LEZ geen verwijzing stond naar de eigen website van Stad Antwerpen (www.slimnaarantwerpen.be). De kantonrechter is van oordeel dat Stad Antwerpen niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor informatie van andere websites die niet van haarzelf zijn. Dat [gedaagde] niet op de officiële website van Stad Antwerpen heeft gekeken komt voor zijn rekening en risico. Bovendien kan volgens Stad Antwerpen een dagpas niet alleen digitaal worden aangekocht via haar website, maar ook fysiek bij de parkeerautomaten binnen de stad. Deze informatie is publiek beschikbaar en staat duidelijk vermeld op de officiële website van Stad Antwerpen. De kantonrechter is daarmee van oordeel dat [gedaagde] voldoende mogelijkheden heeft gehad om een dagpas te kopen.
4.8.
[gedaagde] heeft ook nog aangevoerd dat hij met het klantenteam heeft gebeld en dat hij te horen kreeg dat ze het niet verder zouden onderzoeken. Voor zover [gedaagde] hiermee bedoeld heeft te zeggen dat het hem hierdoor niet mogelijk is gemaakt om een dagpas aan te schaffen, oordeelt de kantonrechter dat dit verweer niet slaagt. Stad Antwerpen heeft aangevoerd dat bij technische problemen altijd het klantenteam kan worden gecontacteerd. [gedaagde] heeft vervolgens niet nader onderbouwd dat het klantenteam hem niet heeft willen helpen bij het aanschaffen van een dagpas, zodat dit niet komt vast te staan.
4.9.
[gedaagde] heeft ook nog laten zien dat hij fijnstof toeslag betaalt bij de Belastingdienst in Nederland waarmee hij heeft willen aangeven hoe dit Nederland werkt, maar dit ontslaat hem niet van de verplichting om een dagpas aan te schaffen voor een lage-emissiezone in Antwerpen. De verweren van [gedaagde] slagen dus niet.
[gedaagde] moet de boete betalen
4.10.
Vaststaat dat de auto van [gedaagde] niet voldeed aan de geldende emissienormen en dat hij die dag niet over een LEZ-dagpas beschikte. Dit betekent dat [gedaagde] in strijd met het Reglement heeft gehandeld en op grond daarvan een geldboete verschuldigd is. De gevorderde betaling van de geldboete van € 150,00 wordt daarom toegewezen.
4.11.
Stad Antwerpen vordert ook € 20,00 administratiekosten, € 30,00 aan kosten van invordering en € 29,21 aan kosten voor de ingebrekestelling. Deze vorderingen zijn op grond van artikel 3 en Pro 4 van het Retributiereglement en artikel 8 van Pro het Belgisch Koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten en prestaties van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken ook toewijsbaar.
4.12.
[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de volgende bedragen:
- boete
150,00
- administratiekosten
20,00
- kosten invordering
30,00
- ingebrekestelling
29,21
Totaal
229,21
De proceskosten
4.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
363,28

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen te betalen een bedrag van € 229,21,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.Verbintenissenrecht, [naam] gewoon hoogleraar KU Leuven, uitgave februari 2018, p. 126.
2.de verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis).
3.de verordening (EU) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II-Verordening).