Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mevrouw [persoon 2] , casemanager.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 februari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1936, die lijdt aan Alzheimer dementie. Betrokkene verzet zich tegen opname en ontkent de diagnose, maar de specialist ouderengeneeskunde bevestigt de diagnose op basis van anamnese en cognitieve testen die betrokkene niet wilde afmaken.
De casemanager rapporteert dat betrokkene sinds opname van zijn echtgenote alleen woont, zorg weigert en daardoor ernstige verwaarlozing en gezondheidsrisico's ontstaan. Betrokkene vertoont dwaalgedrag, vergeet sleutels en loopt risico op valincidenten zonder adequaat alarm te kunnen slaan.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven omdat betrokkene alle professionele zorg weigert. Daarom wordt de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend om de veiligheid en gezondheid van betrokkene te waarborgen.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens Alzheimer dementie en onvermogen tot zelfzorg.