ECLI:NL:RBZWB:2026:1408

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444051 / FA RK 26-262
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999. Betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, de zorgverantwoordelijke en haar moeder gehoord. Betrokkene gaf aan dat zij recentelijk zelfstandig woont en moeite heeft met realiteitsbesef, mede door middelengebruik. De zorgverantwoordelijke en moeder bevestigden de kwetsbare situatie en het pril herstel, waarbij terugval in middelengebruik en psychotische episodes een reëel risico vormen.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid van betrokkene.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 2 augustus 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Janssen, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen ter bescherming van betrokkene en haar omgeving.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444051 / FA RK 26-262
Datum uitspraak: 2 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , zorgverantwoordelijke;
  • mevrouw [persoon 2] , moeder en tevens mentor.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- de heer [persoon 3] , vader en tevens bewindvoerder en mentor.

2.Wat vaststaat

2.1.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat ze momenteel moe is omdat het vroeg op de ochtend is. Sinds kort woont betrokkene op zichzelf en dit bevalt haar goed. Wanneer er zorg op vrijwillige basis wordt verleend en betrokkene is de realiteit kwijt dan is zij niet meer aanspreekbaar. Betrokkene deelt mede dat zij de vorige keer is gaan dwalen over straat. Voorts geeft betrokkene aan dat zij verdovende middelen in eerste instantie gebruikte voor de gezelligheid op feestjes met vrienden. Uiteindelijk werd dit volgens haar te leuk en wilde zij constant het effect ervan hebben. Betrokkene is hierdoor namelijk vrolijk en uitgelaten.
4.2.
De zorgverantwoordelijke voert, samengevat, aan dat betrokkene het super goed doet en goed bezig is met haar herstel. De zorgverantwoordelijke is van mening dat er bij betrokkene sprake is van een psychotische gevoeligheid. De dagbestedingsstructuur is bij betrokkene heel belangrijk en daarnaast dient zij van de middelen af te blijven om het herstel verder te bevorderen. De zorgverantwoordelijke ziet op dit moment een enorme progressie bij betrokkene, maar een zelfbindingsverklaring is nog een stap te vroeg.
4.3.
De moeder van betrokkene geeft aan dat betrokkene gevoelig is voor bepaalde groepsdruk. Zij wil graag bij bepaalde mensen horen, dus als deze drugs gebruiken doet zij dat ook. Daarnaast geeft de moeder aan dat betrokkene recent twee terugvallen in verdovende middelen heeft gehad. Het huidige herstel is op dit moment allemaal nog erg pril. Betrokkene kan soms in haar droomwereld blijven hangen.
4.4.
De advocaat verklaart dat er een mooie stijgende lijn zichtbaar is bij betrokkene. De zorgmachtiging dient als vangnet voor een eventuele terugval. Volgens de advocaat zijn er geen juridische obstakels voor toewijzing en sluit hij zich aan bij hetgeen is besproken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene vanuit haar psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik, zich in toenemende mate terugtrekt, zorg gaat mijden en agressief gedrag vertoont richting personen en materieel. Betrokkene is dan niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. Daarnaast is er sprake van gedesorganiseerd gedrag door onder andere op blote voeten over straat te dwalen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn nu nog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is sprake van een kwetsbaar evenwicht, een pril herstel waarbij het zelfinzicht en ziekte-inzicht nog erg pril is. Het risico dat betrokkene de medicatie zal staken bij een terugval in middelengebruik is reëel indien er geen verplicht kader meer is. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.