ECLI:NL:RBZWB:2026:138

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
25/2719
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering en beoordeling arbeidsvermogen

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 14 januari 2026, wordt de afwijzing van de Wajong-aanvraag van eiseres behandeld. Eiseres, geboren op [geboortedag] 2006, heeft op 27 mei 2024 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV is afgewezen. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geweigerd een uitkering toe te kennen. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat eiseres op dat moment geen duurzaam arbeidsvermogen had, maar er wel mogelijkheden zijn voor toekomstige ontwikkeling.

De rechtbank stelt vast dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft en dat haar beperkingen niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. Eiseres heeft echter aangevoerd dat zij dit niet kan en dat er geen concrete onderbouwing is voor de conclusie dat haar beperkingen niet duurzaam zijn. De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat er geen reden is om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsartsen.

De rechtbank concludeert dat het beroep van eiseres ongegrond is, omdat er geen sprake is van een duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. De rechtbank wijst erop dat er behandelmogelijkheden zijn en dat eiseres nog kan ontwikkelen. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2719 Wajong

uitspraak van 14 januari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. M.J.E.M. Edelmann),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eiseres’ aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres, geboren op [geboortedag] 2006 (18e verjaardag = [geboortedag] 2024), heeft op 27 mei 2024 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1
Met het besluit van 7 augustus 2024 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Daarbij is geconcludeerd dat eiseres op dat moment geen arbeidsvermogen had, maar het UWV verwacht dat zij in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
2.2
Met het bestreden besluit van 3 april 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij het besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven. Het bezwaar is ongegrond verklaard.

Procesverloop

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.1
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.2
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar moeder, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
5. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag.
Medisch onderzoek
6. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat er sprake is van ziekte of gebrek op het 18e jaar, namelijk een ontwikkelingsstoornis en psychische problematiek. Eiseres is bekend met een autismespectrumstoornis en een gegeneraliseerde angststoornis bij een totale IQ van 88. De primaire verzekeringsarts heeft terecht gesteld dat eiseres ten minste een uur aaneengesloten kan werken en dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is, getoetst aan de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. Ondanks een verstoord dag- nachtritme is niet gebleken dat sprake is van een noodzaak voor recuperatie. Ook is geen sprake van verminderde beschikbaarheid door therapie en er zijn op grond van de aanwezige stoornissen geen preventieve gronden om een duurbeperking aan te nemen. De aangenomen beperkingen worden onderschreven en zijn van toepassing op het 18e jaar.
Uit overleg met de arbeidsdeskundige b&b blijkt dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft vanwege het gebrek aan zelfstandigheid en ook problemen met emotie/woede regulatie. Volgens de verzekeringsarts b&b is terecht gesteld dat de beperkingen niet duurzaam zijn en dat eiseres nog basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen. Gezien de aanwezige stoornissen is geen sprake van een progressieve aandoening en ook niet van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Er zijn mogelijkheden voor ontwikkeling en toename van bekwaamheden waardoor de belastbaarheid zal verbeteren. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts en de verwijsbrief sGGZ van 18 november 2024 blijkt dat de stoornissen vlak voor het 18e jaar zijn vastgesteld en dat er geen gerichte behandelingen hebben plaatsgevonden. Er was geen actieve jeugdregisseur waardoor er geen begeleiding of zorg is opgestart, terwijl het advies vanuit onderzoek was psycho-educatie en medicamenteuze behandeling. Psycho-educatie richt zich op leren wat autisme is waarbij ook de cognitie wordt meegenomen, hoe ermee om te gaan, maar ook op de persoonlijke ontwikkeling in ruime zin. Daarnaast zal eiseres met professionele begeleiding gericht op zelfstandigheid beter kunnen functioneren en meer zelfvertrouwen krijgen waardoor de belastbaarheid zal toenemen. Door de persoonlijke ontwikkeling zal de zelfstandigheid van eiseres toenemen, ook zal het omgaan met sociale interacties en met onbekenden verbeteren. Door persoonlijke ontwikkeling met emotieregulatie therapie voor autisten en ondersteund door medicamenteuze behandeling zal eiseres emoties beter kunnen reguleren. Hierdoor is niet uit te sluiten dat eiseres zelfstandigheid kan ontwikkelen en beter met emoties/woede om kan gaan.
Verder stelt de verzekeringsarts b&b dat eiseres op spreekuur is geweest bij de primaire verzekeringsarts. Uit dat rapport blijkt dat de ervaren klachten en belemmeringen voldoende aan de orde zijn gesteld. De verzekeringsarts heeft medische informatie opgevraagd en er is voldoende uitgebreid, op de klachten gericht medisch onderzoek gedaan. Ook werd bij de aanvraag medische informatie aangeleverd waaruit de stoornissen blijken. Er hebben operaties plaatsgevonden en daarna is er goed herstel geweest. Verder is niet gebleken dat er op het 18e jaar sprake was van longklachten en ook was er geen sprake van medicatiegebruik.
Arbeidskundig onderzoek
7. De arbeidsdeskundige b&b heeft gerapporteerd dat eiseres een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. De taak ‘handmatig afwassen’ (0303) en de taak ‘plaatsen van onderdelen op printplaat’ (1701) zijn op basis van de huidige beperkingen passend voor haar. Volgens de verzekeringsarts b&b is eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar en kan zij een uur aaneengesloten werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces. Eiseres beschikt echter niet over basale werknemersvaardigheden. Zij is onvoldoende in staat om structureel voldoende en flexibel gehoor te geven aan de noodzakelijke aanwezigheid op een werkplek bij een werkgever. Haar beperkingen op het gebied van sociale interactie, nieuwe dingen of onbekende situaties en omgaan met kritiek en conflicten zorgen voor stress en angsten bij eiseres. Door haar angsten vermijdt zij spannende situaties. Dit gaat samen met paniek wat boosheid veroorzaakt. Daardoor kan zij de taken niet structureel uitvoeren. Het omgaan met spanningen en angsten is dermate belemmerend voor haar, dat zij werk en sociale interactie zal vermijden. Zij kan daardoor niet zelfstandig instructies uitvoeren en afspraken nakomen. In overleg met de verzekeringsarts b&b zijn de basale werknemersvaardigheden van eiseres besproken. Geconcludeerd is dat eiseres hier niet over beschikt omdat zij problemen heeft in het zelfstandig ondernemen van activiteiten en het zelfstandig functioneren in en buitenshuis. Ook heeft eiseres problemen in de emotie/woederegulatie. Het zelfstandig starten van activiteiten en taken oppakken doet ze niet, bij ‘iets moeten’ gaat zij in de weestand. Ze neemt uit zichzelf geen initiatief. Er is de noodzaak van professionele begeleiding. Ook heeft eiseres problemen in sociale interacties en omgang met onbekenden. Dat maakt dat eiseres problemen heeft met het zelfstandig en structureel uitvoeren van een taak en geen afspraken met een werkgever kan nakomen. Volgens de verzekeringsarts b&b is het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam. Zij kan zich nog (verder) ontwikkelen. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar het rapport van de verzekeringsarts b&b.
Standpunt eiseres
8. Eiseres stelt dat ten onrechte is geconcludeerd dat zij vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. Zij kan dit niet. Terecht is geconcludeerd dat zij geen basale werknemersvaardigheden heeft. De concrete onderbouwing dat de beperkingen niet duurzaam zijn, ontbreekt. Uit het verleden kan het tegendeel worden afgeleid. Gezien de trajecten die zijn doorlopen, kan worden gesteld dat er geen behandelmogelijkheden meer zijn. Verwezen wordt naar de brieven van [jobcoach] (van 7 oktober 2024) en van [ambulant begeleider] (ongedateerd), en de notitie van [procesregisseur] van 8 april 2024. Hieruit volgt dat het bijna onmogelijk is om arbeidsvermogen te ontwikkelen.
Standpunt UWV in reactie op het beroep van eiseres
9. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft vanwege een gebrek aan zelfstandigheid en problemen met emotie/woede regulatie. De verzekeringsarts b&b stelt dat eiseres dit nog kan ontwikkelen, verwezen wordt naar haar overwegingen omtrent de duurzaamheid. Uit de stelling van eiseres dat het bijna onmogelijk is om arbeidsvermogen te ontwikkelen, volgt ook dat niet gezegd is dat zij geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en dat herstel is uitgesloten. Verder stelt het UWV dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat zij aandacht heeft besteed aan alle klachten van eiseres. Er zijn geen klachten over het hoofd gezien. Zij heeft alle beschikbare informatie meegenomen in de beoordeling. De gronden die eiseres aanvoert geven geen aanleiding te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsartsen. Er is geen aanleiding om duurzaamheid aan te nemen. Eiseres onderbouwt dit niet met nieuwe of nadere medische gegevens.
10. In een aanvullende rapportage van 21 augustus 2025 heeft de verzekeringsarts b&b zich op het standpunt gesteld dat er geen nieuwe medische informatie is aangeleverd waaruit blijkt dat sprake is van een andere medische situatie dan waarvan is uitgegaan bij de beoordeling.
Voor de beoordeling of eiseres ten minste vier uur per dag en ten minste een uur aaneengesloten belastbaar is, is het gedrag niet doorslaggevend. Bij de beoordeling van vier uur per dag belastbaarheid wordt gebruik gemaakt van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Voor een beperkte duurbelastbaarheid zou sprake kunnen zijn bij zeer ernstige energetische beperkingen of bij een zeer beperkte beschikbaarheid, maar dit is bij eiseres niet aan de orde. Van energetische beperkingen is niet gebleken en er is ook geen lichamelijke aandoening die gepaard gaat met verlies een energie. Er is sprake van een verstoord dag-nachtritme, wat duidt op een slechte slaap hygiëne. Niet gebleken is dat er noodzaak is voor recuperatie. Er is ook geen lopende therapie. Er is ook geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres niet een uur aaneengesloten kan werken. Tijdens het onderzoek door de primaire verzekeringsarts blijkt dat eiseres antwoord geeft op een gerichte vraag. Ze kan de aandacht houden en richten. Ook volgde ze het gesprek terwijl ze op haar telefoon keek. Niet gebleken is dat sprake is van een ernstige geheugenstoornis. Dit is ook niet gebleken uit het psychodiagnostisch onderzoek door [hulpverlening 1] van november 2023. Er wordt alleen gesproken over een wat zwakker kortetermijngeheugen.
In de eerdere rapportage is al uitgebreid gemotiveerd dat eiseres arbeidsvermogen kan ontwikkelen en dat de beperkingen niet duurzaam zijn. De autismespectrumstoornis en gegeneraliseerde angststoornis waren bekend. Er is echter geen sprake van een progressieve aandoening of van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. De aandoeningen zijn ook niet zodanig dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht. Uit het onderzoek van [hulpverlening 1] blijkt dat met inzetten van therapie verbetering wordt verwacht. Er heeft overleg plaatsgevonden met de arbeidsdeskundige b&b en er is getoetst aan de verschillende aspecten. Door psycho-educatie en professionele begeleiding kan de zelfstandigheid van eiseres toenemen, waardoor ook het omgaan met sociale interacties en onbekenden zal verbeteren. Ook is beargumenteerd dat met emotieregulatie therapie, samen met de ontwikkeling en toename van zelfstandigheid, eiseres beter met emoties/woede kan omgaan. Niet vast staat dat eiseres blijvend geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Er is niet gebleken dat de door [hulpverlening 1] voorgestelde behandelingen zijn ingezet. Uit de verwijsbrief sGGZ van 18 november 2024 blijkt ook dat medicamenteuze behandeling niet is gestart, terwijl in de verwijsbrief staat dat eiseres een sterke medicatiewens heeft. Verder blijkt uit het onderzoek van [hulpverlening 1] dat eiseres ondanks het ontbreken van didactisch aanbod gemiddelde scores laat zien. Dat impliceert dat met adequate behandeling en mogelijk ook didactisch aanbod nog groei en rijping van eiseres te verwachten is en daarmee is het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam.
De informatie van [jobcoach] , [ambulant begeleider] , en [procesregisseur] geven geen aanleiding om aan te nemen dat het arbeidsvermogen per 27 mei 2024 duurzaam ontbreekt. Deze informatie is al meegenomen in bezwaar. Het gaat om de ontwikkelmogelijkheden uitgaande van de medische situatie op 27 mei 2024. Eiseres was niet uitbehandeld, gelet op de verwijsbrief naar sGGZ van 18 november 2024. Ook blijkt uit de informatie van 8 april 2024 dat begeleiding bij [hulpverlening 2] niet is gestart, omdat eiseres het niet wilde.
Overwegingen rechtbank

Zorgvuldigheid onderzoek

11. Eiseres heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het medische onderzoek door het UWV onzorgvuldig is geweest omdat zij niet is gezien door de verzekeringsarts b&b. Eiseres stelt dat dit komt doordat een medewerker van het UWV aan de telefoon tegen haar moeder heeft gezegd dat er sneller een beslissing op het bezwaar zou worden genomen als er geen hoorzitting zou plaatsvinden. De informatievoorziening hierover zou onvoldoende zijn. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b en de KCC contacthistorie van 14 januari 2025 blijkt echter dat de moeder van eiseres telefonisch heeft aangegeven dat wordt afgezien van deelname aan een hoorzitting, ondanks dat het belang ervan is onderstreept door de medewerker bezwaar. Daarnaast is eiseres wel gezien op het spreekuur van de primaire verzekeringsarts op 17 juli 2024. Ook beschikte de verzekeringsarts b&b over voldoende medische informatie om tot een conclusie te kunnen komen. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen reden om te oordelen dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming door het UWV.

Duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen

12. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan ten minste een van de volgende voorwaarden:
- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiser kan niet een uur aangesloten werken
- eiser is niet ten minste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan ten minste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
13. Eiseres heeft het standpunt van de verzekeringsartsen dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken niet gemotiveerd betwist. De rechtbank ziet dan ook geen reden om tot een ander oordeel te komen ten aanzien van deze twee criteria.
14. Niet in geschil is dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft. In geschil is of dit duurzaam is. Bij de beoordeling van duurzaamheid gaat het feitelijk om de vraag of er nog behandelingen mogelijk zijn waardoor de participatiemogelijkheden kunnen ontwikkelen. Het gaat dan om een inschatting van de kansen op verbetering die bekend zijn op de datum in geding of nadien over die datum bekend worden.
15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV terecht geconcludeerd dat er bij eiseres geen sprake is van een duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Er is geen sprake van een progressieve aandoening of van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Uit het rapport van het psychodiagnostisch onderzoek van [hulpverlening 1] volgt dat een intensieve aanpak gericht op psycho-educatie, het versterken van vaardigheden en aanleren van copingstrategieën tot verbetering zouden kunnen leiden. Niet gebleken is dat deze behandelingen zijn ingezet. Dit heeft eiseres ter zitting ook erkend. Verder heeft [hulpverlening 1] heeft geadviseerd om de mogelijkheden van psychofarmaca te onderzoeken. Uit de brief van de huisarts van 18 november 2024 blijkt dat eiseres een medicatiewens heeft om meer rust te hebben in haar hoofd. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat zij medicatie geprobeerd heeft maar dat dit niet heeft gewerkt. Zij heeft echter geen stukken overgelegd om deze stelling te onderbouwen.
16. Bij de beoordeling of er sprake is van duurzaamheid zal ook betrokken moeten
worden waarom iemand een voorgestelde behandeling niet volgt. Als van de persoonlijke
omstandigheden of de persoonlijkheid van cliënt een blokkerende werking uitgaat bij de ontwikkeling van arbeidsvermogen, wordt hiermee bij de beoordeling geen rekening gehouden, tenzij het ziekteproces of de handicap zelf daartoe aanleiding geven. De gedachte hierachter is dat cliënt er alles aan moet doen om arbeidsvermogen te ontwikkelen, ook als het gaat om het aanpassen van zijn persoonlijke gedragingen of omstandigheden. [1]
In dit geval is er geen (medische) informatie overgelegd waaruit blijkt dat eiseres om medische redenen de voorgestelde behandelingen niet zou kunnen volgen. Dat eiseres behandelingen niet wil volgen, dient dan ook voor haar rekening en risico te blijven.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 14 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: wettelijk kader

Wajong
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, derde lid
De ingezetene die tijdelijk geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft wordt alsnog jonggehandicapte, indien hij gedurende een tijdvak van tien jaar volgend op de dag waarop hij jonggehandicapte zou zijn geworden op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, of het tweede lid, indien hij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zou hebben gehad, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had.
Artikel 1a:1, vierde lid
Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.

Voetnoten

1.Compendium participatiewet blz. 67.