ECLI:NL:RBZWB:2026:1348

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
25/550 WLZ
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzWet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering toegang tot Wet langdurige zorg wegens voldoende planbare zorg en zelfredzaamheid

Eiseres, bewindvoerder van betrokkene, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het CIZ van 12 december 2024 waarin de aanvraag voor Wlz-zorg werd afgewezen. Betrokkene lijdt aan PTSS, een persoonlijkheidsstoornis, astma/COPD en diverse lichamelijke klachten, en ontvangt ambulante begeleiding en huishoudelijke ondersteuning.

De rechtbank heeft het medisch advies van de medisch adviseur van het CIZ als zorgvuldig beoordeeld. Dit advies baseerde zich op dossieronderzoek en medische informatie van diverse behandelaars, en concludeerde dat betrokkene hoofdzakelijk planbare zorg nodig heeft en geen noodzaak bestaat voor permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid.

Eiseres stelde dat het medisch advies onvolledig was en dat betrokkene op ongeplande momenten niet altijd adequaat hulp kan inroepen, wat een reëel risico op ernstig nadeel inhoudt. De rechtbank achtte de verklaring van de begeleider niet als medisch objectiveerbaar bewijs en hechtte meer waarde aan het medisch advies en een brief van een psycholoog die geen noodzaak tot 24-uurs zorg zag.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg omdat de zorgbehoefte kan worden ondervangen met planbare zorg en hulp op afstand, bijvoorbeeld via een noodknop. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CIZ om geen Wlz-zorg toe te kennen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/550 WLZ

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen

[bewindvoerder] in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene], eiseres,
(gemachtigde: mr. N. Wouters),
en

CIZ, verweerder,

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Procesverloop

1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van CIZ van 12 december 2024 (bestreden besluit). Dit besluit ziet op het geen toegang hebben tot zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor [betrokkene] (betrokkene).
1.1.
CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van eiseres, betrokkene, de ambulant begeleiders van betrokkene [ambulant begeleider 1] en [ambulant begeleider 2] van [zorgcentrum] en de gemachtigde van CIZ.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Betrokkene heeft PTSS, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met trekken van afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, astma/COPD, rugklachten en buikklachten. Betrokkene heeft een verleden met drugsgebruik. Zij heeft wekelijks ambulante begeleiding van [zorgcentrum] en twee keer per week huishoudelijke ondersteuning.
2.1.
Betrokkene heeft op 23 januari 2024 bij CIZ een aanvraag gedaan om Wlz-zorg. Met het primaire besluit van 30 mei 2024 heeft CIZ deze aanvraag afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt.
2.2.
Met het bestreden besluit heeft CIZ het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens het CIZ is er geen sprake van een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid
Beroep
3. Eiseres heeft gesteld dat het medisch advies onvolledig is en niet gestoeld op een medisch onderzoek bij betrokkene zelf. Er is ten onrechte geen informatie ingewonnen bij de begeleider van betrokkene. Verder wordt ten onrechte geoordeeld dat betrokkene voldoende heeft aan planbare zorg en dat er geen noodzaak bestaat voor permanent toezicht dan wel 24 uurs zorg in de nabijheid. Ook is ten onrechte geoordeeld dat geen medische eindtoestand aan de orde is. Met name door de uitbehandelde PTSS krijgt betrokkene met regelmaat paniekaanvallen en herbelevingen en daardoor waanbeelden. Zij is dan zo in paniek dat zij alleen haar begeleider kan bellen. Deze momenten zijn niet planbaar. Als betrokkene niet meer weet dat zij op een bepaalde plek is en daar in paniek raakt, dan loopt zij een reëel risico om zichzelf of een ander lichamelijk letsel aan te brengen. Uit de verklaring van de begeleider van betrokkene van [zorgcentrum] blijkt dat betrokkene niet in staat is om altijd op de juiste wijze en het juiste moment hulp in te roepen. Er zijn geen behandelmogelijkheden. De opname bij GGZ [zorgorganisatie] heeft geen verbetering opgeleverd. Ook het ambulante traject zal geen verbetering opleveren.
Toetsingskader
4. De relevante wetgeving staat in de bijlage bij deze uitspraak.
Oordeel van de rechtbank
5. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of CIZ terecht heeft besloten dat betrokkene geen toegang heeft tot zorg op grond van de Wlz.
5.1.
De te beoordelen periode loopt van 23 januari 2024 (datum aanvraag) tot en met 12 december 2024 (datum bestreden besluit).
5.2.
Aan het bestreden besluit ligt een advies van [medisch adviseur] ten grondslag. De medisch adviseur heeft dossieronderzoek verricht en daarbij medische informatie van diverse behandelaars betrokken. De medisch adviseur benoemt in zijn rapportage van 24 mei 2024 onder meer de diagnoses: PTSS en andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis trekken van afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. De medisch adviseur rapporteert dat betrokkene ADL- en medicatiezelfstandig is. Betrokkene heeft een ambulant begeleider die zij dagelijks belt en een bewindvoerder voor de financiën en administratie. De medisch adviseur meldt dat vanuit de psycholoog naar voren komt dat betrokkene een aantal goede coping-mechanismen heeft maar vlucht in haar emoties door haar huis overmatig schoon te maken en afleiding te zoeken in taken (voor de dagbesteding). Verslavingsproblematiek is niet echt meer een probleem voor betrokkene. Volgens informatie vanuit de psycholoog is er geen zucht meer. Betrokkene doet echter een aanvraag in verband met angst om terug te vallen in verslaving. De medisch adviseur concludeert dat er sprake is van een zorgbehoefte. Die lijkt hoofdzakelijk te bestaan uit planbare en praktische zorg met ondersteuning op afstand die betrokkene zonodig kan bellen. Een noodzaak tot 24 uurs zorg in de nabijheid kan volgens de medisch adviseur niet onderbouwd worden.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek van de medisch adviseur voldoende zorgvuldig geweest. Dat de medisch adviseur geen informatie heeft ingewonnen bij de begeleider van betrokkene maakt het onderzoek niet onzorgvuldig. Zij heeft namelijk wel alle medisch relevante informatie van diverse behandelaren betrokken. Niet is gebleken dat de medisch adviseur geen duidelijk beeld van betrokkene had en dat het nodig was om betrokkene te zien of extra informatie in te winnen bij haar begeleider.
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft CIZ zich dan ook op het advies van de medisch adviseur mogen baseren. De zorgbehoefte van betrokkene kan grotendeels worden ondervangen met planbare zorg. Op ongeplande momenten is zij in staat om hulp in te roepen, bijvoorbeeld door een noodknop. Eiseres heeft geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat de besluitvorming van het CIZ onjuist is. Het stuk van de begeleider van betrokkene kan niet worden aangemerkt als een medisch objectiveerbaar stuk. Aan dat stuk kan dan ook niet de waarde worden gehecht die eiseres daaraan gehecht wenst te zien.
Bij haar oordeel betrekt de rechtbank verder de door eiseres overgelegde brief van 18 juni 2025 van [psycholoog] (van [zorgorganisatie] ) die stelt dat er geen aanwijzingen zijn voor de noodzaak tot toezicht of 24 uurs zorg en dat intensieve begeleiding waarbij er de mogelijkheid is tot gebruikmaken van 24 uurs bereikbaarheidsdienst wordt aanbevolen.
5.5.
Betrokkene komt alleen hierom al niet in aanmerking voor Wlz-zorg. Dit betekent dat onbesproken kan blijven of bij betrokkene sprake is van een blijvende zorgbehoefte.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond. Als gevolg hiervan heeft eiseres geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier op 3 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: relevante wetgeving

Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.