Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
voorlopiggerechtigd zijn tot omgang, in die zin dat [minderjarige] eens in de veertien dagen van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man is. Daarnaast is de Raad verzocht een onderzoek in te stellen.
C/02/444965 / FA RK 26-742strekkende tot het gezag en het hoofdverblijf.
3.De vorderingen
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
- Met ingang van 23 januari 2026 zal de man de verblijfsoverstijgende kosten ten aanzien van [minderjarige] betalen, binnen de gestelde betalingstermijn van veertien dagen en behoudens de kosten ten aanzien van de fatbike van [minderjarige] ;
- De vrouw zal het identiteitsbewijs van [minderjarige] overdragen aan de GI;
- De man zal [minderjarige] per voornoemde datum bijschrijven op zijn zorgverzekering;
- Gezien de hoge kosten gaat de man het huidige telefoonabonnement met [minderjarige] bespreken. Als [minderjarige] de telefoon wil behouden, zal de man de kosten van dit abonnement van de vrouw overnemen en anders zal hij zorgdragen voor een nieuwe telefoon en abonnement voor [minderjarige] . De huidige telefoon van [minderjarige] zal de man dan retourneren aan de vrouw;
- Op het moment dat de vrouw een rekening ontvangt betreffende [minderjarige] , zal de man deze direct na ontvangst binnen veertien dagen betalen.
5.De beslissing
C/02/444965 / FA RK 26-742een onderzoek te (doen) verrichten en vervolgens rapport en advies uit te brengen ter beantwoording van de hierboven vermelde vragen, welk rapport
uiterlijk 21 april 2026 PRO FORMAdient te worden ingebracht in bovengenoemde bodemprocedure;