Op 25 augustus 2025 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden tijdens een politiecontrole op de A16 nabij Zevenbergschen Hoek. In de kofferbak van hun auto werd 4,95 kilogram MDMA en ongeveer 995,5 gram 2-MMC aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat de uitvoer van 2-MMC niet wettig en overtuigend bewezen kon worden vanwege het ontbreken van nader NFI-onderzoek, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken.
De verdediging voerde onherstelbare vormverzuimen aan, waaronder misbruik van bevoegdheden, te late cautie, onrechtmatige doorzoeking en het ontbreken van een tolk, wat volgens hen tot bewijsuitsluiting en vrijspraak moest leiden. De rechtbank erkende een onherstelbaar vormverzuim bij de cautie en het ontbreken van een tolk, maar vond dat dit geen rechtsgevolg behoefde omdat verdachte niet in een rechtens te respecteren belang was geschaad. De doorzoeking van de auto werd als rechtmatig beoordeeld vanwege vluchtgedrag en een gerechtvaardigde verdenking.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de MDMA en dat sprake was van medeplegen. Dit werd onderbouwd met telefoongesprekken via Snapchat en Signal, vluchtgedrag en de context van de rit. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, rekening houdend met zijn jonge leeftijd en het feit dat hij niet de eigenaar van de drugs was. Daarnaast werd een bedrag van €850,- aan verdachte teruggegeven.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 2 maart 2026.