ECLI:NL:RBZWB:2026:1322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Hendriks
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling van twee minderjarigen wegens ernstige bedreiging ontwikkeling
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 30 januari 2026 de voorlopige ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2012 en 2016, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en het niet op gang komen van noodzakelijke hulpverlening. De ouders, die gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn in een verstoorde communicatie verwikkeld, waardoor hulpverlening niet effectief wordt ingezet en de kinderen geen contact hebben met een van de ouders en onderling.
De kinderrechter constateerde dat eerdere afspraken over hulpverlening en contact niet zijn nagekomen en dat de situatie escaleert, met stress en mogelijke mishandeling als gevolg. De Raad en ouders erkennen de noodzaak van hulp, maar vrijwillige trajecten falen. Daarom is een gedwongen kader noodzakelijk om zicht te krijgen op de situatie en de veiligheid van de kinderen te waarborgen.
De kinderrechter stelde de minderjarigen voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor drie maanden, met als doelen het onderzoeken van mogelijke mishandeling, het herstellen van contact tussen de kinderen en ouders, en het inzetten van passende hulpverlening. De beslissing is genomen met instemming van beide ouders en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarigen voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor drie maanden wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.