ECLI:NL:RBZWB:2026:1321

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444513 / FA RK 26-488
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig dreigend nadeel en psychische stoornis

Betrokkene verblijft sinds 28 januari 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie. De officier van justitie verzoekt om voortzetting van deze maatregel voor drie weken vanwege ernstig dreigend nadeel. Tijdens de zitting, gehouden op 30 januari 2026, is betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals betrokken zorgprofessionals.

Betrokkene ervaart lichamelijke en mentale problemen en wil graag naar huis, maar erkent niet de ernst van haar situatie. De psychiater en verpleegkundige rapporteren ernstige verwaarlozing, weigering van medicatie en hulpverlening, en een onhoudbare thuissituatie met een uitgeputte echtgenoot. Er is sprake van gedragsstoornissen die het risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang vergroten.

De rechtbank concludeert dat de situatie een onmiddellijke dreiging inhoudt en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. De toegewezen verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische handelingen, bewegingsbeperking en toezicht. De machtiging wordt verleend tot en met 20 februari 2026, ondanks het verzet van betrokkene, met het oog op haar veiligheid en die van haar omgeving.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens ernstig dreigend nadeel door psychische stoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444513 / FA RK 26-488
Datum uitspraak: 30 januari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • een psychiater verbonden aan [accommodatie];
  • een psychiater in opleiding (i.o.) verbonden aan [accommodatie];
- een verpleegkundige verbonden aan [accommodatie].

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van Terneuzen heeft de crisismaatregel op 28 januari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens betrokkene wordt tijdens de zitting naar voren gebracht dat het niet goed met haar gaat, zowel lichamelijk als mentaal. Betrokkene wil graag naar huis en heeft ook het idee dat dat zou kunnen. Betrokkene geeft aan dat haar man haar beter kan verzorgen. Betrokkene herkent niet wat de psychiater naar voren brengt. Het was thuis nog fijn. Namens betrokkene geeft de advocaat aan dat betrokkene wil dat het verzoek wordt afgewezen. Juridisch is het verzoek helder onderbouwd. Ook ter zitting is naar voren gebracht dat het ernstig dreigend nadeel nog aanwezig is. Met de man van betrokkene gaat het ook niet goed. De advocaat hoopt dat er snel duidelijkheid komt en dat betrokkene terug naar huis kan en rust krijgt; dat is wat ze wil.
4.2.
De psychiater geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene luistert naar instructies, maar er geen sprake is van samenwerking. De situatie is thuis behoorlijk uit de hand gelopen; betrokkene doet onophoudelijk verbaal een appel op haar echtgenoot, slaat tegen muren, wast zichzelf niet en zorgt niet voor zichzelf. Thuishulp heeft betrokkene geweigerd en ze wil geen bemoeienis van hulpverlening. Daarnaast weigert betrokkene regelmatig belangrijke medicatie. In een ambulant kader kan geen hulpverlening worden opgestart die ervoor zou zorgen dat betrokkene en haar echtgenoot veilig thuis kunnen worden. Het is ingewikkeld dat betrokkene geen probleem- en ziektebesef heeft. Wanneer betrokkene nu naar huis zou gaan, zou binnen een paar uur een crisissituatie ontstaan. Betrokkene heeft meerdere aandoeningen die elkaar tegenwerken, hetgeen het instellen op medicatie complex maakt. Diagnostiek moet nog plaatsvinden. De zorgvorm lichamelijk onderzoek is niet nodig wanneer dat onder andere medische handelingen valt. De psychiater in opleiding geeft aan dat betrokkene eerder wisselend aangaf negatieve gevoelens te hebben ten opzichte van de echtgenoot en de omgeving. Ook heeft ze aangegeven dat haar leeftijd een mooie leeftijd is om dood te gaan. De verpleegkundige vult nog aan dat de echtgenoot van betrokkene uitgeput is en niet in staat is goed voor betrokkene te zorgen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.3.
Betrokkene uit zich aanhoudend (verbaal) agressief naar haar echtgenoot. Er is sprake van veel wantrouwen en achterdocht. Betrokkene heeft al meerdere dagen niet geslapen uit wantrouwen en angst voor haar echtgenoot. Daarnaast weigert ze zichzelf te laten wassen en is de zelfzorg minimaal.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk depressieve-stemmingsstoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De thuissituatie is niet langer houdbaar.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene spreekt duidelijk uit naar huis te willen. Er is geen sprake van enig ziektebesef dan wel -inzicht.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 februari 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026 door mr De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en op schrift gesteld op 18 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.