ECLI:NL:RBZWB:2026:1319
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Voortzetting inbewaringstelling wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bij vasculaire dementie
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1936, die verblijft in een verzorgingstehuis na een eerdere inbewaringstelling door de burgemeester van Terneuzen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde en de dochter van betrokkene gehoord. Betrokkene gaf aan liever naar huis te willen, maar de specialist en dochter benadrukten de ernstige zorgbehoefte en het risico op levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing door zijn vasculaire dementie en dwalingsgedrag.
De rechtbank concludeerde dat het ernstig nadeel onmiddellijk dreigend is en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om dit te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven, aangezien de thuissituatie niet langer houdbaar is en dagopvang onvoldoende bescherming biedt.
De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling werd daarom verleend voor de duur van zes weken, tot en met 13 maart 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.