Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Tilburg. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het na de wettelijke termijn was ingediend.
Belanghebbende stelde dat het bezwaar tijdig was verzonden op 7 april 2025 en beriep zich op de verzendtheorie van artikel 6:9, tweede lid, Awb. De poststempel op de envelop was echter gedateerd op 10 april 2025, wat na de termijn viel. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het bezwaar eerder was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat de poststempel als bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt en dat het bezwaar daarom te laat was ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de uitspraak op bezwaar in stand bleef en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.