Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op de aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA, ingediend op 13 november 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 8 april 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft erkend dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en gaf aan onduidelijkheid over het moment van besluitvorming. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, waarbij het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van tijdige beslissing worden afgewogen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 januari 2026.