In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van Stichting [eiseres] tegen het UWV beoordeeld. Eiseres heeft beroep ingesteld omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 13 november 2024 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Eiseres heeft het UWV op 8 april 2025 in gebreke gesteld, en het UWV heeft de ingebrekestelling op 14 april 2025 ontvangen. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen, maar geeft het UWV vier maanden de tijd om dit te doen, gezien de omstandigheden en het belang van zorgvuldige besluitvorming. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor griffierecht en proceskosten, die het UWV moet betalen. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.