ECLI:NL:RBZWB:2026:1271

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
11673628 \ CV EXPL 25-1489 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering koper wegens non-conformiteit tweedehands auto niet vastgesteld

Koper kocht een tweedehands BMW met hoge kilometerstand en motorproblemen voor een bedrag van €5.800,-, zoals blijkt uit een factuur die na de koop werd toegezonden. Koper stelde dat hij €7.300,- had betaald en dat de auto zonder gebreken was verkocht, maar de rechtbank concludeerde dat partijen een lagere prijs hadden afgesproken vanwege de gebreken.

Na onderzoek bleek de auto meerdere motorproblemen te hebben, maar gezien de lage koopprijs en de kilometerstand mocht koper minder verwachten. Koper liet de auto repareren en vorderde vergoeding van herstelkosten, verzekeringspremie, wegenbelasting en incassokosten van verkoper, die dit betwistte.

De rechtbank oordeelde dat de auto aan de overeenkomst voldeed, omdat de gebreken bekend waren en de prijs daarop was aangepast. De vorderingen van koper werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van koper wegens non-conformiteit en vergoeding van herstelkosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11673628 \ CV EXPL 25-1489
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
[koper],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [koper] ,
gemachtigde: mr. M.E. Smits,
tegen
[verkoper] , H.O.D.N. [bedrijf],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [verkoper] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 28 mei 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de akte vermeerdering van eis van [koper] , met producties 16 t/m 19,
- de aanvullende productie 20 van [koper] ,
- de aanvullende reactie van [verkoper] , met bijlage 6,
- de mondelinge behandeling van 28 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[koper] zag op een website een advertentie van [verkoper] voor een tweedehands BMW 528i met [kenteken], bouwjaar 2011, met een kilometerstand van 278.177 (hierna: de auto). In de advertentie stond dat de auto perfect rijdt en schakelt. Partijen hebben een afspraak gemaakt voor het maken van een proefrit op 28 september 2024. Diezelfde dag heeft [koper] € 1.250,- via bankoverschrijving en de rest contant betaald voor de auto en deze vervolgens meegenomen.
2.2.
[verkoper] heeft daarna op 28 september 2024 om 14:48u via de chat van de advertentiewebsite aan [koper] een factuur gezonden voor de auto. Op de factuur is een koopsom van € 5.800,- opgenomen en staat met pen genoteerd dat de auto een motorstoring heeft. Om 16:30u is bedankt voor de factuur.
2.3.
[koper] heeft de auto laten onderzoeken. In het diagnostisch rapport van 2 oktober 2024 staat dat de Engine Controle Module (ECM) van de auto negen problemen aangaf.
2.4.
Mr. Smits heeft met de brief van 11 oktober 2024 de koop buitengerechtelijk ontbonden. [verkoper] heeft aangegeven niet zijn medewerking te verlenen aan de ontbinding en heeft mr. Smits op 18 oktober 2024 gewezen op de toegezonden factuur.
2.5.
[koper] heeft de auto behouden en laten repareren. Ondanks herhaalde aanmaning is [verkoper] niet tot betaling van de herstelkosten overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
[koper] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verkoper] te veroordelen tot betaling van:
1) € 9.686,16 aan herstelkosten,
2) € 49,93 per maand aan verzekeringspremie, te rekenen vanaf 28 september 2024 tot de dag dat de auto is hersteld,
3) € 284,00 aan wegenbelasting, berekend over de periode 28 september 2024 tot en met 1 januari 2025,
4) de wettelijke rente over de vorderingen sub 1, 2 en 3,
5) € 656,14 aan buitengerechtelijke incassokosten,
6) de proces- en nakosten.
3.2.
[koper] legt aan de vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. [koper] heeft in totaal € 7.300,- voor de auto betaald. Vanwege een haperende motor heeft [koper] de auto op 2 oktober 2024 laten onderzoeken, waarbij meerdere gebreken zijn geconstateerd. [koper] heeft [verkoper] hiermee geconfronteerd. [verkoper] weigert de auto terug te nemen. Omdat [koper] afhankelijk is van de auto, heeft [koper] de auto laten repareren. De totale reparatiekosten bedragen € 9.686,16. Aangezien de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde, dient [verkoper] de herstelkosten te vergoeden. [koper] maakt aanspraak op vergoeding van betaalde verzekeringspremie en wegenbelasting, omdat hij geen gebruik kon maken van de auto. Ondanks herhaalde aanmaning wil [verkoper] de herstelkosten niet betalen. [verkoper] is daarom vergoeding van buitengerechtelijke kosten verschuldigd. [verkoper] verkeert in verzuim en is daarom wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
[verkoper] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [koper] . [verkoper] wist dat de auto een motorstoring had. Hij wilde de auto herstellen voordat hij deze zou verkopen. In het verkoopgesprek heeft [koper] echter aangegeven het gebrek zelf te willen herstellen. Daarom zijn partijen een koopprijs van € 5.800,- overeengekomen. Dit blijkt uit de na de verkoop toegezonden verkoopfactuur. Dit bedrag was lager dan de prijs van € 7.500,- die [verkoper] in de chat voorafgaand aan de verkoop heeft genoemd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Beoordeeld moet worden of de gekochte auto aan de overeenkomst beantwoordde en dus of er sprake was van non-conformiteit. Om dit te beoordelen, dient eerst vast komen te staan wat partijen zijn overeengekomen. Hierover verschillen partijen van standpunt. Zo stelt [koper] dat de auto zonder gebreken aan hem is verkocht en dat hij € 7.300,- voor de auto heeft betaald, terwijl [verkoper] aanvoert dat hij aan [koper] heeft medegedeeld dat de auto een motorprobleem heeft en dat [koper] € 5.800,- voor de auto heeft betaald.
4.2.
Bij de uitleg van een overeenkomst is niet (alleen) de taalkundige uitleg van een overeenkomst doorslaggevend om te bepalen wat partijen zijn overeengekomen. Ook de betekenis die partijen aan (de tekst van) de overeenkomst mogen toekennen is van belang. Daarnaast wordt gekeken naar de omstandigheden van het geval en hetgeen partijen over en weer van elkaar mochten verwachten. In een procedure waarin onduidelijkheid bestaat over de inhoud van een overeenkomst komen al deze omstandigheden dan ook aan de orde.
4.3.
Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. In dit geval staat vast dat één van de partijen niet de waarheid spreekt. Er kunnen immers niet twee verschillende koopprijzen zijn afgesproken. Aangezien sprake is van een gedeeltelijke contante betaling zonder kwitantie, is er geen schriftelijk bewijs van wat precies is betaald voor de auto. De kantonrechter moet daarom naar andere omstandigheden kijken om vast te stellen wie de waarheid spreekt en wat partijen zijn overeengekomen.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak is gebleken dat de schoonzoon van [koper] namens hem via de online chat van de advertentiewebsite contact heeft opgenomen met [verkoper] . De schoonzoon trad dus op als vertegenwoordiger van [koper] . [koper] heeft aangevoerd dat [verkoper] in de chat heeft verklaard dat hij € 7.500,- voor de auto wilde hebben en dat het daarom niet logisch is dat de auto voor slechts € 5.800,- aan [koper] zou zijn verkocht. Daarnaast gaf [verkoper] in de advertentie aan dat de auto perfect reed en schakelde, aldus [koper] .
4.5.
[verkoper] heeft toegelicht dat hij de auto eigenlijk eerst wilde herstellen voordat hij deze aan [koper] zou verkopen, maar dat [koper] de auto zelf wilde herstellen en dat daarom een lagere verkoopprijs is afgesproken.
4.6.
[verkoper] heeft naar het oordeel van de kantonrechter een plausibele verklaring gegeven voor de reden waarom de auto voor een lagere verkoopprijs zou zijn verkocht dan de prijs die in de chat voorafgaand aan de verkoop is genoemd. De enkele omstandigheid dat [verkoper] de auto voor een hoger bedrag aanbood dan de € 5.800,- waarvoor de auto volgens [verkoper] is verkocht en dat [verkoper] in de chat een hoger bedrag voor de auto wilde hebben, is onvoldoende om uit te gaan van de stelling van [koper] dat de auto voor € 7.300,- is verkocht.
4.7.
De kantonrechter leidt uit de schermafbeeldingen van de chat af dat [verkoper] op 28 september 2024, om 14:48u en dus nadat de auto was gekocht, een factuur aan [koper] heeft gezonden. Op de factuur is opgenomen dat sprake is van een motorstoring en dat [koper] € 1.250,- per bankoverschrijving en € 4.550,- contant heeft betaald. In reactie, nog geen twee uur later, heeft de schoonzoon van [koper] [verkoper] bedankt voor de factuur. Niet is gebleken dat [koper] eerder dan 18 oktober 2024 bezwaar heeft gemaakt tegen (de inhoud van) de factuur. [koper] heeft aangevoerd dat hij de factuur niet eerder dan met de e-mail van 18 oktober 2024 heeft gezien. Dit is echter een omstandigheid die voor zijn risico komt, aangezien het eerdere contact óók via de online chat verliep en de schoonzoon daarbij [koper] vertegenwoordigde en de schoonzoon de ontvangst van de factuur heeft bevestigd.
4.8.
Hoewel de factuur pas na de verkoop is toegezonden, is de factuur in de gegeven omstandigheden van doorslaggevend belang. Niet valt in te zien waarom [verkoper] aan [koper] een factuur zou zenden met daarop een lagere verkoopprijs dan afgesproken. Ook is niet (direct) geprotesteerd tegen de inhoud van de factuur. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de auto aan [koper] is verkocht voor in totaal € 5.800,-.
4.9.
Aangezien de kantonrechter ervan uitgaat dat de auto voor € 5.800,- is verkocht, gaat zij er ook van uit dat tijdens de verkoop van de auto wél is gesproken over gebreken aan de auto. De motorproblemen staan immers ook op de factuur genoemd, zonder dat daartegen is geprotesteerd door [koper] .
4.10.
Gelet op het voornoemde en het feit dat de auto met een kilometerstand van 278.177 voor een relatief lage verkoopprijs is verkocht, hoefde [koper] minder te verwachten van de auto. De auto beantwoordde naar het oordeel van de kantonrechter dan ook aan de overeenkomst. Dat houdt in dat de vorderingen van [koper] zullen worden afgewezen.
4.11.
[koper] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verkoper] worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
864,-
(2 punten × € 432,-)
- nakosten
135,-
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
999,-

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [koper] af,
5.2.
veroordeelt [koper] in de proceskosten, aan de zijde van [verkoper] vastgesteld op € 999,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [koper] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.