De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van ongeveer 126.000 gram cocaïne in een loods te Etten-Leur in de periode van 8 tot en met 9 augustus 2025. Verdachte was samen met zijn broer nauw betrokken bij het uitladen, organiseren en controleren van dozen met deklading en cocaïne.
De rechtbank baseerde haar oordeel op bewijsmiddelen waaronder verklaringen, observaties van verdachte die handschoenen klaargelegd had voordat de lading arriveerde, en zijn actieve deelname aan het scheiden van de rozen van de met cocaïne gevulde stengels. Verdachte gaf een ongeloofwaardige verklaring dat hij slechts stukadoorsspullen kwam halen en niet wist van de cocaïne.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne en dat hij een wezenlijke bijdrage leverde aan de drugshandel. Gezien de grote hoeveelheid drugs, de maatschappelijke impact van dergelijke misdrijven en het strafblad van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden op, met aftrek van het voorarrest.