Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 april 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met één productie,
- de conclusie van dupliek met één productie,
- de akte uitlating productie van Unigarant.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Unigarant vordert betaling van een verzekeringspremie van €375,86 van gedaagde op grond van een vermeende autoverzekeringsovereenkomst. Gedaagde betwist gemotiveerd dat hij een dergelijke overeenkomst is aangegaan en voert aan dat sprake is van identiteitsfraude met zijn gegevens.
Unigarant baseert haar vordering op een online ingevuld polisaanvraagformulier met gegevens die overeenkomen met gedaagde, maar gedaagde ontkent het formulier te hebben ingevuld en overlegt bewijs dat hij niet woonachtig was op het opgegeven adres, geen eigenaar was van het verzekerde voertuig en het opgegeven rekeningnummer niet van hem is. Unigarant kan niet met zekerheid aantonen dat de overeenkomst door gedaagde is gesloten.
De rechtbank oordeelt dat Unigarant onvoldoende bewijs heeft geleverd om de overeenkomst vast te stellen en wijst de vordering af. Tevens worden de proceskosten aan Unigarant opgelegd, omdat gedaagde terecht verweer heeft gevoerd en de communicatieproblemen niet aan hem zijn toe te rekenen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de verzekeringspremie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van de verzekeringsovereenkomst.