ECLI:NL:RBZWB:2026:1214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis ondanks betwiste arbeidsongeschiktheidsverklaringen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 3 januari 2025 waarin zijn aanvraag voor een WW-uitkering werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de wekeneis van 26 gewerkte weken in de voorafgaande 36 weken. Eiser was werkzaam in België van mei tot augustus 2024 en diende in september 2024 een aanvraag in.
Het geschil spitst zich toe op de periode van arbeidsongeschiktheid in april 2024, waarbij eiser twee verklaringen van zijn huisarts overlegt met verschillende data. Het UWV baseert zich op het eerste getuigschrift (9-26 april 2024) en verlengt de 36-wekenperiode met één week, maar concludeert dat eiser niet aan de wekeneis voldoet. Eiser stelt dat het tweede getuigschrift (8-28 april 2024) correct is en dat daarmee de periode drie weken arbeidsongeschiktheid omvat, wat tot toereikende verlenging zou leiden.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het eerste getuigschrift als uitgangspunt neemt, mede omdat het tweede getuigschrift pas na confrontatie met het eerste is afgegeven en niet overeenkomt met de door eiser zelf eerder opgegeven ziekteperiode. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft de weigering van de WW-uitkering terecht gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de wekeneis.