Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres 1], eiseres 1,
[eiser 2], eiser 2,
[eiser 3], eiser 3,
[eisers 4], eisers 4,
[eiser 5], eiser 5,
[eiseres 6], eiseres 6, en
[eiser 7], eiser 7,
allen uit [woonplaats] , hierna samen te noemen ‘eisers’,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 5 november 2024;
- draagt het college op binnen twaalf weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eisers.