Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
( [minderjarige 1] )
( [minderjarige 2] en [minderjarige 3] )
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,hierna te noemen de GI.
1.Het verloop van de procedures
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 januari 2026;
- het proces-verbaal van de zitting van 15 januari 2026.
- de vader;
- de (stief)moeder, bijgestaan door mr. Wouters;
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] weet waar hij kan en mag verblijven qua wonen, waardoor hij rust, stabiliteit, duidelijkheid en voorspelbaarheid ervaart;
- [minderjarige 1] kan zijn emoties en gedachten reguleren en/of hierover spreken met een vertrouwenspersoon;
- [minderjarige 1] krijgt passend onderwijs;
- [minderjarige 1] weet welke contacten met anderen passend zijn;
- Er is zicht op de opvoedvaardigheden en draagkracht van vader met betrekking tot [minderjarige 1] , zodat duidelijk wordt welke rol hij kan en wil spelen in het leven van [minderjarige 1] en in hoeverre een terugkeer naar huis mogelijk is;
- [minderjarige 1] heeft een positief, voorspelbaar, veilig en onbelast contact met zijn beide ouders (in hoeverre dit mogelijk is met betrekking tot moeder), maar ook met zijn stiefmoeder, halfbroertje en –zus en andere belangrijke personen.
- Er is zicht op de situatie van moeder en de rol die zij kan/wil spelen in het leven van [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 1] krijgt hulpverlening passend bij wat hij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen tot een evenwichtige jongvolwassene.
- [minderjarige 3] krijgt passend onderwijs/dagbesteding;
- [minderjarige 3] weet welke contacten met anderen passend zijn;
- [minderjarige 3] en [minderjarige 2] kunnen hun emoties en gedachten reguleren en/of hierover
- [minderjarige 3] naar huis mogelijk is;
- Er is zicht op de familiebanden en –relaties in het gezin van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ;
- [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben een positief, voorspelbaar, veilig en onbelast contact met
6.De beslissing
tot de zitting van [datum] 2026 te [uur], ten overstaan van mr. Duinhof voor de duur van 90 minuten;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.