ECLI:NL:RBZWB:2026:1184

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
25/2026 WMO15
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring huishoudelijke ondersteuning gegrond verklaard

Eiser diende een aanvraag in voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding. Het college kende hem een bepaalde hoeveelheid uren toe, maar verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn was ingediend.

De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift, hoewel ontvangen op de tweede werkdag na de termijn, geacht moet worden tijdig ter post te zijn bezorgd, omdat er geen feiten zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Hierdoor was het college onterecht overgegaan tot niet-ontvankelijkverklaring.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.

De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde, maar met vertegenwoordiging van het college. De uitspraak werd openbaar gemaakt en partijen geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2026 WMO15

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen, (het college), verweerder,
(gemachtigde: drs. [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding.
1.1.
Met het primaire besluit van 7 oktober 2024 heeft het college aan eiser over de periode van 7 oktober 2024 tot 6 oktober 2026 8 uur per week huishoudelijke ondersteuning en 2 uur per week individuele begeleiding toegekend.
1.2.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.3.
Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 heeft het college eisers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat dat buiten de bezwaartermijn is ingediend en eiser daarvoor volgens het college geen verschoonbare reden heeft.
1.4.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.5.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens het college: zijn gemachtigde en [persoon] . Eiser en zijn gemachtigde zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het college eisers bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is geëindigd op maandag 18 november 2024. Het bezwaarschrift is buiten deze termijn, te weten op woensdag 20 november 2024, door het college ontvangen.
2.2.
Niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar kan achterwege blijven, indien het bezwaarschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 augustus 2011 [1] gaat de rechtbank ervan uit dat een via PostNL verzonden poststuk in ieder geval geacht wordt tijdig ter post te zijn bezorgd als het de eerste of tweede werkdag na de laatste dag van de bezwaartermijn is ontvangen, tenzij op grond van de vaststaande feiten aannemelijk is dat het later dan de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd. Nu het bezwaarschrift op woensdag 20 november 2024, de tweede werkdag na de laatste dag van de bezwaartermijn, bij het college is ingekomen en niet is gebleken van feiten op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat het later dan de laatste dag van deze termijn ter post is bezorgd, wordt het, gelet op het vorenstaande, geacht tijdig ter post te zijn bezorgd. Dit betekent dat het college het bezwaar van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank draagt het college op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
3.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt hij ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De proceskosten stelt de rechtbank vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier op 24 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.met vindplaats: ECLI:NL:RVS:2011:BR5196