ECLI:NL:RBZWB:2026:1183
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing correcties
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €258.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar gebruikte een taxatierapport met vergelijkingsmethode en referentiewoningen om de waarde te onderbouwen. Belanghebbende voerde aan dat de referentiewoningen niet voldoende vergelijkbaar waren en dat onvoldoende rekening was gehouden met specifieke gebreken zoals asbest en erfdienstbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen wel voldoende vergelijkbaar waren, maar dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de wijze waarop correcties voor asbest en erfdienstbaarheid waren toegepast. De gebruikte correctiepercentages waren niet controleerbaar, waardoor de waarde onvoldoende aannemelijk was gemaakt.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €235.000 niet aannemelijk maken vanwege het ontbreken van concrete stukken. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €240.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd en het griffierecht aan belanghebbende vergoed. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €258.000 naar €240.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.