ECLI:NL:RBZWB:2026:1151
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2024. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning per 1 januari 2023 vastgesteld op €344.000 en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 behandeld. Belanghebbende voerde aan dat de gebruikte objectkenmerken onjuist waren, met name de gebruiksoppervlakte, de woningcategorie en de waardering van bijgebouwen. De heffingsambtenaar baseerde zich op bouwtekeningen en gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en hanteerde een gebruiksoppervlakte van 107 m2.
De rechtbank oordeelde dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde gegevens betrouwbaar zijn en dat de door belanghebbende aangevoerde afwijkingen onvoldoende onderbouwd zijn. De waarde is vastgesteld met de vergelijkingsmethode aan de hand van referentiewoningen die qua bouwjaar, ligging en oppervlakte vergelijkbaar zijn en recent verkocht binnen een jaar van de waardepeildatum.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de onderhoudsstaat van de woning, maar de rechtbank vond dat de heffingsambtenaar hiervoor een passende correctiefactor had toegepast. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.