ECLI:NL:RBZWB:2026:1136

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
24/3203
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h, derde lid AWRArt. 28, zevende lid AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag OZB na compromis tussen belanghebbende en heffingsambtenaar

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2022, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €746.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023.

De rechtbank behandelde het beroep op 12 december 2025 en tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €700.000. Tevens werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €51 en proceskosten van in totaal €1.829,76 aan belanghebbende zou vergoeden, inclusief kosten voor een taxatierapport.

De rechtbank zag geen reden om af te wijken van deze afspraken en verklaarde het beroep gegrond. De WOZ-waarde en de aanslag OZB werden dienovereenkomstig verminderd. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert op 23 februari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €700.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd, met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3203

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] , aangesloten bij [bedrijf] ),
en

de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,

(gemachtigde: mr. B. de Smit).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 februari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 746.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Goes voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Overwegingen

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt in die zin dat de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2022 nader moet worden vastgesteld op € 700.000.
2.1.
Ook zijn partijen overeengekomen dat de heffingsambtenaar het griffierecht van
€ 51 aan belanghebbende zal vergoeden en dat belanghebbende in aanmerking komt voor een vergoeding van zijn proceskosten. In de bezwaarfase zijn de kosten vastgesteld op basis van 2 punten (bezwaarschrift en het bijwonen van de hoorzitting), met een waarde van € 624 per punt. Ook zijn partijen overeengekomen dat belanghebbende recht heeft op 1/4e punt voor het beroepschrift en 1/4e punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van
€ 907 per punt. Daarbij hanteren partijen een wegingsfactor van 1. Daarnaast zal de heffingsambtenaar de kosten voor het taxatierapport van belanghebbende vergoeden tot het overeengekomen bedrag van € 128,26. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.829,76.
2.2.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van hetgeen partijen hebben afgesproken en zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de waardebeschikking moet worden verlaagd. De aanslag OZB volgt de waardebeschikking, dus ook deze moet worden verlaagd. De heffingsambtenaar dient dit uit te voeren.
3.1.
Belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed en komt ook in aanmerking voor een vergoeding van zijn proceskosten, zoals omschreven in rechtsoverweging 2.1.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 700.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.829,76 aan proceskosten aan belanghebbende;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, op 23 februari 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [1]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.