Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2022, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €746.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023.
De rechtbank behandelde het beroep op 12 december 2025 en tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €700.000. Tevens werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €51 en proceskosten van in totaal €1.829,76 aan belanghebbende zou vergoeden, inclusief kosten voor een taxatierapport.
De rechtbank zag geen reden om af te wijken van deze afspraken en verklaarde het beroep gegrond. De WOZ-waarde en de aanslag OZB werden dienovereenkomstig verminderd. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert op 23 februari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.